De universiteitsbibliotheek: rustige studiehaven of…?

Voor de derde keer deze week fiets ik de campus op, op weg naar de universiteitsbibliotheek*. Gezien het feit dat het de hele ochtend regende**, ben ik later dan normaal. Naarmate de brug naar de bieb dichterbij komt, worden de fietsrekken voller en met enige moeite duw ik mijn fiets tussen een roestige donkergroene Gazelle zonder standaard en een typische zwarte omafiets inclusief grappig geeloranje zadeldekje. Mijn felblauwe fiets met rood hangslot zal zelfs in deze fietsenzee niet moeilijk terug te vinden zijn. Helaas heb ik nog steeds geen zwarte bloemetjesstickers kunnen vinden om op de jasbeschermers te plakken, want dan was mijn tweewieler de mooiste van Tilburg geweest, maar dat terzijde. Met een lichte geeuw loop ik de trap naar de ingang op, waar fanatieke flyeraars me drie dezelfde foldertjes in m’n hand duwen. Een beachvolleybaltoernooi van een of andere sportvereniging. Als er nou een lolly bij had gezeten, was m’n dag helemaal goed geweest.

Ondanks de drukte zo vlak voor het middaguur, weet ik nog een plekje te bemachtigen naast Loes, die de plek met een imposante stapel wettenbundels bezet heeft weten te houden. Gezien het feit dat de bieb een aantal zeer fanatieke surveillanten in dienst heeft die zelfs bij een dicht blikje cola naast het toetsenbord al met hun vingertje zwaaien (alleen flesjes water zijn toegestaan), is dit een behoorlijk gewaagde onderneming. Met frisse moed start ik de computer op en pak ik mijn wettenbundel erbij. Ik kijk even om me heen en kan tot mijn opluchting geen Chinese studenten in de buurt ontdekken. Begrijp me niet verkeerd, ik heb absoluut niks tegen Chinese studenten, maar ze hebben de rare gewoonte om op hun bureaustoel in slaap te vallen of het nog veel meer bizarre trekje om met hun hoofd op het toetsenbord te bonken. Ik heb er toch een soort van een trauma overgehouden toen ik op een mooie woensdagavond in de bieb wilde studeren en mijn twee Chinese buurmannen beiden één van de bovenstaande acties voor hun rekening namen. Sindsdien mijd ik de bieb in de avonduren. Dat ik me de rest van de dag zou ergeren aan mijn Spaanse buurman wiens muziek te hard stond en zijn vrienden die om de haverklap een Spaanstalig en vooral luidruchtig praatje zouden komen maken, wist ik toen nog niet. Het dieptepunt van de dag was echter toch wel het meisje die net iets te hard door te telefoon een heel verhaal afstak over een vliegticket dat ze maar niet doorverkocht kreeg. De geïrriteerde blikken van medestudenten als haar schaterlach weer door de bieb klonk, ontgingen haar totaal. Daar ga ik in ieder geval vanuit, aangezien ze in het daarop volgende halfuur nog vijf andere mensen aan de lijn had.
Nu weet ik dat de bieb beschikt over een stilteruimte, maar ik word spontaan zenuwachtig bij het idee dat iedere bladzijde die je omslaat of neus die je ophaalt gelijk door de zaal galmt. En als ik zenuwachtig word, laat ik spontaan pennen vallen, maak ik per ongeluk scheuren in een boek en durf ik amper te typen omdat ik bang ben dat ik anderen irriteer met mijn vliegensvlugge vingerwerk op het toetsenbord. Al met al is de stilteruimte dus niet aan me besteed.

Ik kan me af en toe echt verbazen over het asociale gedrag van sommige medestudenten. Ik bel buiten of in de koffieruimte, heb mijn muziek op een voor mijn buren onhoorbaar volume, neem niet te veel ruimte in met mijn boeken en eet (een heel enkele uitzondering daargelaten) mijn boterhammetjes netjes in de mensa, koffieruimte, buiten of andere daarvoor bestemde plaatsen. Gelukkig denkt het merendeel van de studenten hier hetzelfde over en handelt hier ook naar, maar er zitten toch altijd een paar rotte appels tussen die me af en toe echt tot het uiterste van mijn zelfbeheersing kunnen drijven. Toch ben ook ik geen heilige, want ik maak me schuldig aan één ding: ik zet mijn computer nog wel eens op de pauzestand, iets wat bij terugkomst van een koffie- danwel lunchpauze nog wel eens tot een rood waarschuwingsbriefje op mijn toetsenbord leidt.

Toch blijft de bieb – naast de mensa – mijn favoriete gebouw op de campus. Ik maak graag een rondje langs de rekken voor interessante boekentitels en er zijn altijd wel medestudenten beschikbaar voor een gezellig bakkie pleur. Alles bij elkaar is de bieb dus toch een rustige studiehaven, zelfs met die enkele telefonerende student of slapende Chinees op het toetsenbord.

* Vanaf nu kortweg ‘bieb’, mijn vingers hebben al genoeg getypt vandaag.
** Van die vieze miezerregen waar je zeiknat van wordt, uch.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s