Stalking – de grens tussen gezonde belangstelling en obsessie

Geplaatst in SecJure, Onafhankelijk Faculteitsblad Universiteit van Tilburg, jaargang 25, editie 2, 10.12.2010
De originele versie is hier terug te vinden: http://www.magisterjft.nl/kamers.php?view=view_contents&menu=4&id=404&did=8

‘Toch niet alweer?!’ roept vriendin L. op een dinsdagmiddag net iets te hard door de universiteitsbieb, terwijl ze het net binnengekomen sms’je leest. Verschillende mensen draaien zich om en staren ons aan. Vriendin L. had in het weekend tijdens het stappen barman R. ontmoet en na wat rommelen tussen de bierflesjes dacht hij in haar de ware gevonden te hebben. Vanaf dat moment viel hij haar lastig via haar mobieltje. Gisterenochtend grapte ik nog dat dit gewoon haar verdiende loon was, maar nu we zo’n 30 uur en maar liefst 54 sms’jes en 26 gemiste oproepen verder zijn, krijg ook ik er lichtelijk de zenuwen van.
Diezelfde avond: wederom de telefoon, wederom barman R. Mijn gezellige appartementje voelt ineens toch iets minder veilig aan en onwillekeurig kijk ik even uit het raam of ik een verdieping lager geen jongen naar boven zie staren. Ik neem me voor om de volgende ochtend maar eens uit te zoeken hoe we dit varkentje gaan wassen…[1]

Is er nu in het bovenstaande geval sprake van enkel een iets te grote belangstelling voor vriendin L. of hebben we hier te maken met een stalker? De vraag is nu dus wanneer we dan spreken van stalking, ofwel: waar ligt de grens tussen gezonde belangstelling en obsessie?

Invoering Wet Belaging 2000
Stalking, een Engels woord dat is afgeleid van ‘to stalk’, is oorspronkelijk een jagersterm waarmee het besluipen van de prooi wordt aangeduid.

Bepalingen over het stalken (ofwel: belagen) van personen kunnen we al vroeg in de geschiedenis terugvinden. Zo’n 550 na Christus vindt men in de Instituten van Justinianus al een artikel over het hinderlijk volgen van een getrouwde vrouw of jongen of meisje. Dit hinderlijk volgen kon zelfs leiden tot strafvervolging.[2]

Naar aanleiding van een aantal ernstige gevallen van stalking van bekende personen[3] werd onder invloed van de media en belangengroepen in 1990 in de Verenigde Staten de eerste anti-stalkingswet ingevoerd. Canada en Australië volgden als snel. In Europa kwam het debat over stalking wat later op gang, maar nu beschikken onder andere België, Nederland, Duitsland en Oostenrijk over een stalkingswet. Elders werd geen nieuwe wet ingevoerd, maar kon stalkingsgedrag worden bestraft via bestaande wetten. Zo zijn er in Finland en Italië wetten die het inbreuk plegen op iemands privacy of het bedreigen van een persoon bestraffen.[4]

In Nederland leidde het wetsvoorstel van Dittrich, Swildens-Rozendaal en Vos uiteindelijk tot de Wet Belaging 2000.[5] Hierin werd onder andere het in dit artikel nog verder te bespreken art. 285b Sr opgenomen. Het wetsvoorstel werd niet zonder slag of stoot aangenomen, aangezien stalking een complex fenomeen betreft, waarbij er geen sprake is van één strafbaar feit. Het gaat bij stalking om een reeks handelingen die elk op zich wettelijk zijn toegestaan, zoals het telefoneren of het sturen van een brief. Het gaat hier echter om de relatie tussen deze handelingen die ervoor zorgen dat het slachtoffer hieronder te lijden heeft.[6]

Stelselmatigheid en haar factoren
 In het Wetboek van Strafrecht kunnen we stalking (ofwel ‘belaging’) terugvinden in artikel 285b. Lid 1 van dit artikel luidt:

‘Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.’

Het gaat hier vooral om de term ‘stelselmatig’. Volgens de Van Dale[7] gaat het hier om ‘systematisch, ordelijk, samenhangend, volgens een voorbedacht plan en niet zo maar toevallig’. In Wetboek van Strafrecht doelt de stelselmatigheid op de gedragingen van de belager. Stelselmatig betekent ‘met een bepaalde intensiteit, duur en/of frequentie’.[8] Deze drie factoren kunnen per belagingszaak verschillen.[9]

De intensiteit heeft betrekking op de manier waarop het contact plaatsvindt. Is er sprake van een agressieve stalker of gaat het om kwetsende of bedreigende uitlatingen? De duur en frequentie slaan logischerwijs op de periode waarin het slachtoffer lastig gevallen wordt en het aantal maal dat dit in die periode gebeurt.

Als je deze factoren gebruikt in een stalkingszaak kan het gebeuren dat drie telefoontjes in een week al kunnen leiden tot een veroordeling, bijvoorbeeld in het geval de telefoontjes zeer bedreigend zijn of verwijzen naar eerdere vervelende contacten. Daarnaast is van belang of de stalker planmatig bezig is. Een onverwacht telefoontje over de gezondheid van de kinderen, precies op het moment dat het slachtoffer de kinderen naar bed brengt, kan als zeer bedreigend worden ervaren. Iemand hoeft dus niet jarenlang op de deurmat te liggen om aangemerkt te kunnen worden als stalker.[10]

Naast de stelselmatigheid is ook de persoonlijke levenssfeer in artikel 285b lid 1 Sr van belang. In een zaak van de rechtbank in Leeuwarden waar een vrouw herhaaldelijk met telefoontjes lastig werd gevallen op haar werk, werd bepaald dat niet alleen het privéleven van het slachtoffer onder de persoonlijke levenssfeer wordt geschaard, maar in zekere mate ook het domein van het werkzame leven.[11] Ook de openbare weg kan in bepaalde gevallen onder de persoonlijke levenssfeer worden begrepen. In het arrest van de Hoge Raad 29 juni 2004[12] deed de verdediging een beroep op het door art. 2 lid 1 van het vierde protocol bij het EVRM gewaarborgde ‘liberty of movement’. Volgens dit artikel heeft een ieder die wettig op het grondgebied van een staat verblijft, binnen dat grondgebied het recht zich vrijelijk te verplaatsen en er vrijelijk zijn verblijfplaats te kiezen. In deze zaak wachtte de verdachte zijn slachtoffer regelmatig op op een kennelijk voor het publiek bestemd bankje. De Hoge Raad oordeelde echter dat de verdachte aan de onder meer in art. 2, eerste lid, vierde protocol bij het EVRM gewaarborgde ‘liberty of movement’ niet het recht kon ontlenen om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van iemand anders en de verdachte maakte zich dan ook schuldig aan belaging.[13]

Soorten stalkers
Dat stalkers verschillende redenen hebben om hun slachtoffers lastig te vallen, moge duidelijk zijn. In ‘Stalkers and their Victims’[17] worden zeven hoofdtypen stalkers onderscheiden:

  • De rejected stalkers vormen de grootste groep (ongeveer 50% van de daders). Deze zoeken voortdurend contact met hun slachtoffer om tot een verzoening te komen na een ongewenst einde aan een (intieme) relatie.
  • De resentfull stalkers reageren op een vermeende belediging, etc. door wraakacties die zijn gericht op personen in functie (advocaat, bankmedewerker) die de woede heeft opgeroepen van de belager.
  • De incompetent suitors beschikken over zwakke sociale vaardigheden, hebben een weinig tot geen realistisch zelfbeeld en een gering inlevingsvermogen en zijn op zoek naar een partner. In de meeste gevallen is er geen sprake van een geestelijke stoornis.
  • De intimacy seekerszijn ook op zoek naar een partner, maar hebben in tegenstelling tot de incompetent suitors over het algemeen wel een geestelijke stoornis, zoals waanideeën.
  • De predatory stalkers belagen hun slachtoffer niet zozeer om leed te berokkenen, als wel om deze in hun macht te hebben. Ze observeren en volgen hun slachtoffer ongemerkt ter voorbereiding van een (meestal seksuele) aanval. Binnen deze groep is zo’n 90% man.
  • De love obsessional stalkers kennen hun slachtoffer niet persoonlijk. Het gaat om de stalkers van beroemdheden en andere bekende personen.
  • De erotomane stalkers verkeren in de waan dat hun slachtoffer verliefd op ze is. Binnen deze groep zijn vrouwen het meest vertegenwoordigd.

Steppingstone gedrag
Hoewel stalkers hun slachtoffers op allerlei manieren benaderen, is er toch vaak sprake van een bepaalde opbouw in hun handelingen (steppingstone gedrag). In eerste instantie zoekt de stalker contact via telefoontjes of mails, maar geleidelijk kan dat contact worden versterkt door het achtervolgen of het thuis of op het werk opzoeken van het slachtoffer. Dit kan oplopen tot bedreigen of zelfs het fysiek aanvallen van het slachtoffer.[18]

Vervolging via civiel- en strafrechtelijke weg
Volgens art. 285b lid 2 Sr is stalking alleen vervolgbaar als er een klacht wordt ingediend, ofwel een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging. Wanneer dit niet gebeurt, kan het openbaar ministerie verder niets doen.

Een stalker kan via de civielrechtelijke weg vervolgd worden door middel van contact- of straatverboden. De grondslag tot het opleggen van een straat- of contactverbod is de onrechtmatige daad. Het is overigens al voldoende als de stalker heeft gedreigd onrechtmatig te handelen. Het doel van een straatverbod is tenslotte om onrechtmatig handelen in de toekomst te voorkomen. Aan de effectiviteit van contact- en straatverboden wordt getwijfeld. Dergelijke verboden zijn het meest effectief op redelijke mensen die de minste neiging vertonen om agressief te worden.[14] Vaak blijkt dit soort verboden echter niet effectief en vooral voor belagers met een strafblad weinig afschrikwekkend te zijn. Deze belagers kan men waarschijnlijk alleen door middel van een actief strafvervolgingbeleid tot wijziging van hun gedrag brengen.[15]

Ook via de strafrechtelijke weg zijn er een aantal mogelijkheden. De officier van justitie kan een strafrechtelijk straatverbod als voorwaarde bij een sepot opleggen. Verder is het ook mogelijk een strafrechtelijk straatverbod op te leggen als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke vrijheidsstraf (art 14a jo 14c Sr.). De gevangenisstraf is dan deels voorwaardelijk. Een voordeel is dat de handhaving van het straatverbod niet de verantwoordelijkheid is van het slachtoffer maar van het openbaar ministerie, die bij overtreding van de voorwaarden een verdere tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis kan vorderen.[16]

Stalking blijft een complexe zaak
Ondanks alle informatie en regelingen die we heden ten dage over stalking hebben, blijft het een complex onderwerp. Wat me bij het schrijven van dit artikel in ieder geval duidelijk is geworden, is dat het beeld dat ik eerst bij een stalker had (iemand die maandenlang in de bosjes bij het huis van zijn slachtoffer ligt, in de brievenbus snuffelt en wanhopig probeert een kledingstuk van de betreffende persoon te bemachtigen, om deze vervolgens natuurlijk nooit te wassen) in ieder geval niet klopt. En vriendin L.? Die neemt voortaan maar haar eigen flesje water mee naar het café..


[1] Dit scenario speelde zich af in juni 2010. Inmiddels heeft Barman R. zijn L.-obsessie grotendeels weten te onderdrukken en stuurt nog sporadisch een sms’je, die L. standaard negeert.
[2]Instituten van Justinianus, Boek 4, titel 4, hst. 1: ‘’Iniuria commititur… si quis matrem familias aut praetextatum praetextatamve adsectatus fuerit.’
[3] Die in sommige gevallen zelfs leidden tot moord, zoals die op actrice Rebecca Schaeffer in 1989 door een stalkende fan.
[4] Groenen, D’haese en Vervaeke, ‘De stalker in het vizier’, 2006, p. 1
[5] Het voorstel is op 14 sept. 1999 met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 16 mei 2000 zonder stemming aangenomen. De wet is opgenomen in Staatsblad 282 van 27 juni 2000
[6] N.J. Baas, ‘Mensenjagers en hun prooi. Stalking: onderzoek naar belagers, slachtoffers en maatregelen’, SEC/Tijdschrift over samenleving en criminaliteitspreventie, 1998, p. 3.
[7] Onder ‘stelselmatig’, Van Dale: Groot Woordenboek Der Nederlandse Taal, 12e herziene druk, blz. 2911
[8] kamerstukken II 1996/97, 25 403, nr. 3, pag. 27
[9] LJN: AO7066, Hoge Raad, 02573/03, rov. 35
[10] HR 29 juni 2004, NJ 426 m. nt. De Jong Zeven maal contact in vijf maanden was hier voldoende.
[11] Rb. Leeuwarden 6 februari 2003, LJN AE 3529
[12] HR 29 juni 2004, NJ 2004, 426
[13] Het Tijdschrift voor de Politie, 2006, jrg. 68, nr. 1-2, p. 17-21
[14] S. Whitehead, Regarding: Bill S-17, Windsor Canada: Victims for Justice 1999, p.4
[15] N.J. Baas, Stalking. Slachtoffers, daders en maatregelen tegen deze vorm van belagen (WODC onderzoeksnotities 1998/1), ’’s-Gravenhage: WODC 1998, p. 9
[16] J. uit Beijerse, ‘De belager belaagd’, Nemesis/Tijdschrift over vrouwen en recht (3) 2000, p. 69
[17] Mullen, Pathé & Purcell, ‘Stalkers and their Victims’, Cambridge University Press, 2000
[18] Groenen, D’haese en Vervaeke, ‘De stalker in het vizier’, 2006, p. 2

Advertenties

2 reacties op ‘Stalking – de grens tussen gezonde belangstelling en obsessie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s