TBS – Straf of maatregel?

Geplaatst in SecJure, Onafhankelijk Faculteitsblad Universiteit van Tilburg, jaargang 25, editie 4, 18.05.2011
De originele versie is hier terug te vinden:  http://www.magisterjft.nl/kamers.php?view=view_contents&menu=4&id=415&did=8

Op maandagavond 15 november 1954, even na zeven uur, wordt het postkantoor van Ravenstein overvallen. Een gemaskerde persoon dringt het kantoor binnen via de zijingang, lost zonder enige waarschuwing een schot op de nog aanwezige directeur, de 52-jarige Jan van Dieten, en verdwijnt met de schamele buit van een geldkistje, waarin zich slechts een klein bedrag aan geld en enkele postzegels bevinden. De directeur is in de buik getroffen en wordt in levensgevaarlijke toestand naar het ziekenhuis te Oss vervoerd. Daar overlijdt hij aan zijn verwondingen. De bandiet had het allemaal goed georganiseerd. Hij had eerst de politie weggelokt door de brandweer te alarmeren met de mededeling dat in het naburige Neerlangel brand was uitgebroken alvorens hij zijn slag wist te slaan.

Bovenstaande casus betreft het Zwarte Ruiter-arrest.[1] Het ging in casu om een gevaarlijke en geestelijk gestoorde overvaller. Ondanks sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid, legde de rechter, wegens gebrek aan vertrouwen in de beveiligende werking van tbs en de noodzaak de maatschappij te moeten beschermen tegen deze persoon, toch een gevangenisstraf van vijftien jaar op, gevolgd door tbs.

In dit artikel wordt allereerst ingegaan op de totstandkoming van de tbs, vervolgens op de hedendaagse tbs en de maatschappelijk discussie die proefverlof tijdens tbs veroorzaakt. Uiteindelijk hoop ik aan het eind van het artikel de titelvraag te kunnen beantwoorden: is tbs een straf of maatregel?

Geschiedenis de van de TBS
In het Wetboek van Strafrecht, dat in 1886 werd ingevoerd, werd beschreven dat iemand die leed aan een ‘gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis’ het door hem gepleegde delict niet kon worden toegerekend. Na onderzoek door een psychiater belandden de toerekeningsvatbare verdachten in de gevangenis, de ontoerekeningsvatbare gevallen werden verplicht opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het probleem was hier dat er geen rekening werd gehouden met de mensen die hier tussenin zaten; je was toerekeningsvatbaar of je was het niet. De oplossing werd gevonden in de maatregel die in 1928 werd ingevoerd: de tbr, ofwel ‘terbeschikkingstelling van de regering’. Deze regeling gaf de mogelijkheid aan de rechter om een gecombineerd vonnis van gevangenisstraf en tbr uit te spreken. De regeling stond ook wel bekend als de ‘Psychopathenwet’, omdat ze was bedoeld voor ‘den toerekeningsvatbare psychopaat’. Tbr kon worden opgelegd voor elk misdrijf voor een periode van twee jaar, eventueel met verlenging door rechter van één of twee jaar. Hiermee kon tbr in principe levenslang duren. Gevolg hiervan was dat er een permanent tekort aan plaatsen in de zogenaamde ‘rijksasylen voor psychopaten’ was. De Stopwet van 1933 moest hier een oplossing voor bieden. Er werden een aantal beperkingen opgelegd voor het opleggen van de maatregel. Het mocht enkel nog in gevallen er een zeer ernstig delict was gepleegd en er een groot gevaar op herhaling was. De Stopwet was van kracht tot kort na de Tweede Wereldoorlog.

Vóór de Tweede Wereldoorlog stond de bescherming van de maatschappij voorop, maar na de oorlog veranderde deze opvatting. Waar eerst nog weinig aandacht werd besteed aan de behandeling van de ter beschikking gestelden, kwamen er nu allerlei psychiatrische en psychologische behandelingsmethoden tot ontwikkeling. De gedachte was dat je door middel van behandeling het criminele gedrag zou wegnemen. Deze gedachte en het intrekken van de Stopwet, zorgden voor weer een geleidelijke toename van het aantal ter beschikking gestelden.

In 1953 werd de Beginselenwet gevangeniswezen ingevoerd. Hierin werden de rechten en plichten van gevangenen wettelijk geregeld. Hieronder vielen ook de ter beschikking gestelden, aangevuld met de Psychopathenwet. De gevangenen konden vanaf nu meer in gemeenschap werken en wonen en zouden zo beter op een terugkeer in de maatschappij worden voorbereid.

In 1988 werd tbr vervangen door tbs. Hiertussen bestonden een aantal belangrijke verschillen. Zo kon tbr voor elk misdrijf worden opgelegd, terwijl tbs alleen kan worden toegepast op misdrijven waarop een minimumstraf van vier jaar staat. Daarnaast kent de tbs een maximumduur van vier jaar, bij tbr was dit twee jaar. De tbs mag alleen worden verlengd wanneer het een misdrijf betreft waarbij andere personen in gevaar zijn gekomen en verlenging noodzakelijk is uit veiligheidsoverwegingen (recidivegevaar). Bij een verlenging van tbr kon niet in beroep worden gegaan, de tbs-wet biedt die mogelijkheid wel. Daarnaast moet de rechter bij een tbs-verlenging elke zes jaar het oordeel van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen vragen, verlenging van tbr gebeurde zonder dit advies.[2]

De hedendaagse tbs
In het Nederlandse strafrecht is tbs een maatregel die de rechter op kan leggen aan de verdachte in het geval van een misdrijf waar minimaal vier jaar gevangenisstraf op staat of op specifiek genoemde delicten als stalking. De rechter moet zijn overtuigd van het feit dat de verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geest. Om dit vast te stellen moet een onafhankelijk onderzoek zijn gedaan en worden uitgebracht in een zogenaamde ‘Pro Justitia rapportage’. In 2008 heeft de Hoge Raad bepaald dat er geen causaal verband hoeft te zijn tussen delict en stoornis, zolang maar voldoende is vastgesteld dat er sprake is van gelijktijdigheid.

Tbs kent verschillende soorten.[3] Allereerst is er de tbs met (dwang)verpleging. Deze vindt plaats in een tbs-instelling, aanvankelijk voor de duur van twee jaar. Na deze periode beoordeelt de rechter of de tbs-maatregel met één danwel twee jaar verlengd moet worden. Een verzoek tot verlenging moet worden onderbouwd met recent advies. Als verlenging betekent dat de totale duur meer dan zes jaar gaat bedragen, moet advies worden uitgebracht door twee onafhankelijke (gedrags)deskundigen.

Naast de tbs met (dwang)verpleging kent men tbs met voorwaarden. Deze wordt toegepast in gevallen waarbij dwangverpleging niet noodzakelijk is/lijkt om recidive te voorkomen. Hiervoor gelden voorwaarden als het niet opnieuw plegen van een delict, het meewerken aan de begeleiding door de reclassering, het gebruiken van bepaalde medicatie, etc. De tbs met voorwaarden kan voor maximaal vier jaar worden opgelegd, eventueel in combinatie met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar. In het geval de betrokkene zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de tbs met voorwaarden alsnog worden omgezet in tbs met dwangverpleging.

Als laatste kennen we nog de PIJ, ofwel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen. Deze gedwongen behandeling geldt voor 12 tot 18-jarigen. De duur bedraagt maximaal zes jaar.

De vijf gradaties van toerekeningsvatbaarheid[4]
1)    volledig toerekeningsvatbaar: geen stoornis of stoornis die niet aantoonbaar van invloed is op het delict.
2)    enigszins verminderd toerekeningsvatbaar: geringe stoornis of maar geringe invloed van de stoornis op het delict.
3)    verminderd toerekeningsvatbaar: ernstige stoornis, die behoorlijke invloed had op het plegen van het delict.
4)    sterk verminderd toerekeningsvatbaar: (combinatie van) heel ernstige stoornis(sen) die zoveel invloed op de verdachte had dat die maar zeer gedeeltelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het delict.
5)    volledig ontoerekeningsvatbaar: het delict vloeit volledig voort uit de stoornis.

Straf of maatregel?
Om de vraag ‘straf of maatregel?’ te kunnen beantwoorden, moeten we natuurlijk eerst kijken wat in het recht onder deze termen wordt verstaan. Aan ‘straf’ wordt de betekenis gegeven van de sanctie die de rechter in een crimineel proces oplegt naar aanleiding van een strafbaar feit.[5] [6] Er wordt leedtoevoeging beoogd. Gevangenisstraf, een geldboete en taakstraf vallen hieronder.

Een maatregel heeft als doel het herstellen van de oude toestand. Dit probeert men te bereiken door bijvoorbeeld het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e Sr), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37 Sr) en natuurlijk de tbs (art. 37a e.v. Sr).

Welk criterium hanteert men nu bij het onderscheid tussen straf of maatregel? Over het algemeen wordt hiervoor het rechtsgrondcriterium gebruikt. Men gaat er hier dan van uit dat men geen straf mag toepassen boven de mate van de schuld. Op deze manier wordt ten aanzien van bepaalde gevaarlijke geestelijk gestoorde delinquenten oplegging van lange vrijheidsstraffen onmogelijk en dat wil men dan aanvullen door een beveiligingsmaatregel die niet aan de schuldmaat gebonden is. In een strafrecht is voor een regel als ‘straf slechts naar de mate van schuld’ slechts plaats als in gevallen dringende noodzaak tot bescherming van de gemeenschap tegen gevaarlijke recidive van de dader. Voorziet het recht daarin niet, dan vervult de straf de maatregelfunctie en daartegen is in beginsel geen bezwaar te maken. In een recht, dat wel straf en maatregel onderscheidt, kan de regel tot gelding komen, maar dat hangt af van de vraag of de maatregel inderdaad ter beveiliging bedoeld is en strekt. [7]

De media en maatschappij
Het onderwerp verlof en tbs is dankzij vluchtpogingen en recidives een ‘hot issue’ geworden in de maatschappelijke discussie. Als ik op internet zoek naar krantenartikelen over tbs en proefverloven, stuit ik op verschillende forums op een enorme diversiteit aan opvattingen van lezers. Volgens de één is het volgen van een tbs-behandeling een poging om onder een gevangenisstraf uit te komen en kosten de behandelingen te veel tijd en geld, volgens de ander is het systeem er niet voor niets en kan men beter behandeld worden dan zo weer de straat op gaan na het uitzitten van een gevangenisstraf. Echter het negatieve beeld van de tbs overheerst, maar is dit terecht? Persoonlijk ben ik erg voorzichtig met het vormen van een mening over dergelijke onderwerpen en ik houd er al helemaal niet van als mensen allerlei meningen posten op basis van wat onderbuikgevoelens in plaats van verstand en vooral: kennis. Hoe moeilijk het is om over in dit geval tbs een mening te vormen, blijkt wel uit het symposium ‘crimineel: dader of slachtoffer, symposium over tbs’ dat ik 3 februari j.l. heb bezocht.[8] Hier zaten een gemeenteraadslid, veroordeelde moordenaar en tevens tbs-er, advocaat en psychologe gebroederlijk (in ieder geval naar uiterlijke verschijningsvormen) naast elkaar. Volgens de psychologe had tbs wel degelijk zin en de cijfers die ze presenteerde over recidives van tbs-ers in vergelijking met gedetineerden (30 vs. 70%) ondersteunden inderdaad haar standpunt. Veroordeelde heer Ludwig kon de cijfers niet ontkennen, maar volgens hem was hij beter afgeweest in de gevangenis, aangezien de behandeling aan alle kanten rammelde en hij, als hij had gewild, tijdens zijn proefverlof meerdere kansen had gehad om te ontsnappen. Advocaat Ausma had ook een kritische noot over de tbs, maar dan vanuit een ander perspectief, waar ik me eerlijk gezegd wel in kon vinden. Bij een gevangenisstraf heb je namelijk zekerheid. Je weet hoe lang je vastzit en kunt de dagen op de gevangenismuur afstrepen tot je vrijlating. Tbs biedt die zekerheid niet aangezien deze, zoals eerder in dit artikel al aangegeven, steeds weer door de rechter verlengd kan worden, zij het om de zes jaar ondersteund door een deskundigenrapport.

Vraag beantwoord?
Uit het hiervoor gaande blijkt dat het systeem van tbs veel verschillende reacties oproept en de neuzen wat dat betreft nooit allemaal dezelfde kant op zullen wijzen. Volgens het recht is de tbs een maatregel, volgens de tbs-er een uitzichtloze straf en volgens het onderbuikgevoel van de maatschappij een te lichte straf. Ondanks dat ik in het kader van dit artikel veel over tbs gelezen heb, blijf ik het een lastige kwestie vinden. Op alle drie de genoemde interpretaties valt tenslotte wel iets aan te merken. Hoewel het recht met deze maatregel beoogt om een bepaalde situatie weer in de oude toestand te brengen, vraag ik me af in hoeverre je dat voor elkaar krijgt in geval van delicten als verkrachting of moord. Het (gruwelijke) kwaad is dan immers al geschied.[9] Ook in het overheersende idee van de maatschappij dat tbs een te lichte straf zou zijn in vergelijking met gevangenisstraf, kan ik me niet echt vinden. Ik sluit me in het kader hiervan aan bij de eerder genoemde mening van advocaat Ausma. Tbs blijft, hoewel het gericht is (of zou moeten zijn) op terugkeer in de maatschappij, voor de tbs-er in kwestie een vrij uitzichtloze situatie. Is het daarmee een maatregel? Waarschijnlijk. Een straf? Absoluut.[10]


[1] HR 10-09-1957, NJ 1985, 5
[2] http://www.blikopdewereld.nl door drs. J.W. Swaen
[3] www.rechtspraak.nl
[4] www.rechtspraak.nl
[5] HR NJ 1969, 63 (Antilliaanse amokmaker), noot onder 4
[6] In de psychologie (met name in de gedragsanalyse) kent ‘straf’ bijv. de betekenis van een verandering in de omgeving van een persoon die de kans op bepaald gedrag doet verminderen.
[7] HR NJ 1969, 63 (Antilliaanse amokmaker), noot onder 7
[8] Met sprekers als H. Ludwig, veroordeeld wegens moord en TBS-er, W.J. Ausma, advocaat van Ausma de Jong Advocaten Utrecht, O. Dusschooten, gemeenteraadslid van de VVD Tilburg en I. Vermeer-Bronnenberg, psycholoog-diagnosticus.
[9] Hiermee wil ik overigens absoluut niet beweren dat ik tegen straffen in zijn totaliteit ben.
[10] Voor de duidelijkheid: gevoelsmatig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s