Berlin – die Deutsche Gründlichkeit, Kultur und Streuseltaler

Ik kan niet zeggen dat ik al echt veel van de wereld gezien heb. Hoewel ik in zomervakanties ontelbare plaatsen binnen Nederland heb bezocht, heb ik nog nooit met het vliegtuig gereisd en is mijn verste bestemming Praag. Niet echt indrukwekkend dus. Aangezien de studententijd niet alleen een periode van studeren en feesten, maar daarnaast ook de uitgelezen mogelijkheid is om dingen te doen waar je anders tot je 65e geen tijd meer voor hebt (of in het geval van mijn generatie;  waarschijnlijk tot je 70e), vond ik het tijd worden om daar iets aan te veranderen. Het doel: meer van Europa zien, meer specifiek: Europese hoofdsteden. De andere continenten trekken me niet speciaal en je moet tenslotte ergens beginnen. Amsterdam kan ik in ieder geval vast van m’n lijstje afstrepen, net als Parijs, Praag en Luxemburg. In december van dit jaar vlieg ik (jawel: vliegen! Ah!) met een beetje geluk richting Kopenhagen en voor volgend jaar zomervakantie staat een bezoek aan Wenen gepland. Eigenlijk wil ik tussendoor ook nog een tripje Londen doen, maar ook aan mijn financiën zitten nu eenmaal grenzen. Daarnaast bezoek ik waarschijnlijk Athene als m’n ouders 25 jaar getrouwd zijn, over zo’n 2 à 3 jaar dus. Kijk, dan begint het toch al ergens op te lijken.

De nieuwste hoofdstad die ik sinds vorige week van mijn lijstje kan strepen, is Berlijn. Afgelopen donderdag vertrok ik met vriendin en SecJure-buddy Loes richting der Deutschen Hauptstadt. Haar vader werkt daar en was zo vriendelijk om ons vier dagen in zijn appartement te laten verblijven. De reis begon al goed toen we donderdagochtend om zes uur op het Tilburgse station stonden en bleek dat we vergeten waren te checken op welke sporen we moesten zijn. Laten we zeggen dat m’n moeder not amused was toen ik haar wakker belde met het verzoek op de computer te kijken waar we wanneer moesten zijn (nogmaals sorry mam!). Op zulke momenten betreur ik dat ik nog steeds een prehistorisch mobieltje heb waarmee ik enkel kan bellen en sms’en. Gelukkig verliep de reis (traject: Tilburg – Eindhoven – Venlo – Düsseldorf – Berlin) na het oplossen van bovengenoemd probleem voorspoedig en kwamen we om kwart voor drie ’s middags – zelfs een kwartier te vroeg – veilig en wel in Berlijn aan. Onderweg hadden Loes en ik al uitgebreid gesproken over het Duitse eten, kleding, gewoontes, gebouwen und natürlich die Deutschen Männer! Met die laatste werd ik gelijk op het station in Düsseldorf op positieve wijze geconfronteerd, toen een fraai uitziend mannelijk Duits exemplaar zo vriendelijk was om aan te bieden mijn enorme trolley de trap af te dragen. Hij keek oprecht teleurgesteld toen ik hem vriendelijk bedankte en – koppig als ik ben – stuntelig en al m’n bagage uiteindelijk zelf onderaan de trap wist te krijgen. Ook kwamen we er gelijk op dit station achter dat de Duitsers hun uiterste best doen om hun Deutsche Gründlichkeit in ere te houden; het station was brandschoon. Verder viel het me op dat ze overal aan afvalscheiding doen. Elke prullenbak op het station had aparte vakken voor glas, papier, plastic en overig afval. En nog belangrijker: de mensen houden zich daar ook aan. Hetzelfde gold voor Berlijn bleek later, dus wat dat betreft kunnen we absoluut wat van de Duitsers leren!

Eenmaal in Berlijn aangekomen, maakte ik ook gelijk kennis met het Duitse metro- en tramsysteem, respectievelijk de U-Bahn en S-Bahn. Het werkt absoluut fantastisch en lijkt op de een of andere manier veel beter georganiseerd dan in bijvoorbeeld Parijs, waar het altijd een enorme chaos is in het openbaar vervoer. Binnen no time waren we bij het appartement van Loes’ vader, dat relatief dichtbij het centrum lag. Na het droppen van onze bagage, het bewonderen van het appartement en met open mond naar de koelkast gekeken te hebben die Loes’ vader speciaal voor ons had volgestouwd (‘En het moet allemaal op!’ aldus the master of the house) gingen we op weg naar der Museuminsel voor een bezoek aan das Pergamonmuseum, over Islamitische kunst en de tijd van de Grieken en Romeinen. Hierna bracht Loes’ vader ons naar een leuk Mexicaans restaurant, waarna ik na een gezellig diner doodmoe op m’n luchtbed in slaap viel.

De volgende dag was het na een gezellig ontbijt op het balkon tijd om Oost-Berlijn te verkennen. Van het zonnetje van de dag ervoor was helaas niet veel over, waardoor we gedwongen waren capuchon en paraplu in gebruik te nemen. Over das Deutsche Wetter im Allgemeinen kan ik trouwens kort zijn: het is net zo bagger als bij ons, misschien alleen een tikkeltje warmer. Ik heb in die paar dagen een gespierde linkerarm gekregen van het vasthouden van de paraplu waar de regen vrijwel non stop in volle vaart op neer kletterde en waar de wind maar al te graag een spelletje mee speelde.

Aan het eind van de dag hadden we Oost-Berlijn zo goed als gezien. Brandenburger Tor, das Holocaust-Mahnmal, Checkpoint Charlie, die Mauer; we hebben het allemaal op de gevoelige plaats vastgelegd. Bij de overblijfselen van de Muur hadden ze overigens een zeer interessante tentoonstelling over WOII en der Eiserner Vorhang. Daarnaast hebben we ook de nodige kleding-, boeken- en souvenirswinkels van binnen gezien. De absoluut beste uitvinding van de Duitsers is overigens Kamps, een bakkerijketen die de meest goddelijke creaties verkoopt. Mijn favoriet: Streuseltaler! Ik heb er in de dagen dat we in Berlijn waren verschillende gegeten, al kon ik niet op tegen Loes, die de enorme koeken verorberde alsof het kleine biscuitjes waren.

We besloten die avond te dineren op de Hackescher Markt, een gezellig plein vol terrasjes en cafés. Hier hadden we nog een grappig gesprek met een Duitse man die ons zijn Italiaanse restaurant probeerde binnen te krijgen. Uiteindelijk zijn we daar ook op het terras geëindigd met een goede pizza en een cocktail.

Op zaterdag was het tijd om West-Berlijn te verkennen. We begonnen met een bezoek aan der Hauptstadt Zoo en gezien het slechte weer verbaasde het me hoeveel dieren er nog buiten zaten. Een werkelijk e-nor-me gorilla, een zo mogelijk nog grotere leeuw en een in de modder spelende neushoorn behoorden tot de hoogtepunten van het dierentuinbezoek. Daarnaast heb ik ein-de-lijk een gordeldier in het echt gezien! (Het zijn de kleine dingen die het doen, zullen we maar zeggen). Na de dierentuin was het tijd om door te gaan naar die Gedächtniskirche, waar we nog een kaarsje brandden voordat we doorgingen naar het KaDeWe. Ik heb niks met die dure warenhuizen (het deed me denken aan LaFayette in Parijs), maar het was leuk om er een keer geweest te zijn. Al die mensen die semi-interessant lunchen met mosselen, kaviaar en champagne; plak me alsjeblieft achter het behang als ik ook zo word. Ik denk niet dat mijn Hollandse nuchterheid er wat dat betreft ooit uit gaat en daar ben ik absoluut niet rouwig om. Uiteindelijk eindigden we weer bij het grote winkelcentrum waar we de dag ervoor ook al waren geweest voor de laatste inkopen en dineerden we in ‘ons’ appartement met een eigen bereide vegetarische maaltijd, op Japanse wijze gegeten en met salsamuziek op de achtergrond. Cultuur ten top dus.

Elke vakantie moet een spetterend eind hebben en deze vonden we zondagochtend in ons bezoek aan Charlottenburg, het kasteel (tevens het grootste Schloss van Berlijn) dat in de 17e eeuw in opdracht van – surprise! – Sophie Charlotte van Hannover, koningin van Pruisen werd gebouwd. Indrukwekkende zalen, een duidelijke uitleg via de headsets (uiteraard in het Duits) en een mooie collectie. Jammer genoeg moest ik op een gegeven moment mijn camera wegstoppen omdat ik blijkbaar een speciaal bandje nodig had om foto’s te mogen maken, maar de foto’s die ik al gemaakt had, hoefde ik gelukkig niet te verwijderen van de vriendelijke beveiligingsdame.

Aan al het goede komt een eind en om kwart voor één kwamen we aan op het futuristische Hauptbahnhof, het fantastische hoofdstation van Berlijn. De laatste Streuseltaler voor familie en vrienden werden gekocht, het goede spoor werd gezocht (ditmaal wisten we wel waar we moesten zijn) en voor we het wisten reden we in de trein het station uit. Uiteindelijk wisten we diezelfde avond rond de klok van negen uur weer veilig in Eindhoven te geraken, waar pap me op stond te wachten en ik weer terug ging richting huis, een mooie ervaring rijker.

Voordat ik vertrok was mijn beeld van Berlijn niet per se positief. Ik stelde me de stad een beetje voor als grauw, met enigszins norse mensen en misschien zelfs een tikkeltje armoeiig. Het tegendeel bleek waar. De mensen zijn er ontzettend aardig en waardeerden het als we Duits probeerden te spreken. Het verbaast me achteraf hoe goed we ons in de voor ons toch vreemde taal wisten te redden (we hadden afgesproken alles in het Duits te doen en het is ons niet te gemakkelijk te maken door in het Engels te spreken). Het eten is er lekker (en goedkoop!) en het systeem van de S- en U-Bahn is gewoonweg fantastisch. Al de tweede dag voelde ik me thuis en hoewel ik de Duitse taal nog lang niet zo goed spreek als ik zou willen, voelde het als een enorme uitdaging om te kijken hoeveel ik kon begrijpen van de Duitse aanplakbiljetten, straatnamen en kranten. Berlijn is in ieder geval nog niet van me af!

Advertenties

One thought on “Berlin – die Deutsche Gründlichkeit, Kultur und Streuseltaler

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s