Kinderarbeid – de belemmering van de vrijheid van het kind om kind te zijn

Geplaatst in SecJure, Onafhankelijk Faculteitsblad Universiteit van Tilburg, jaargang 26, editie 1, 28.09.2011
De originele versie is hier terug te vinden: http://magisterjft.nl/kamers.php?view=view_contents&menu=4&id=443&did=8

Zoals u, trouwe lezer, al uit de Redactioneel heeft kunnen opmaken, betreft het thema voor de eerste editie van dit collegejaar de term ‘vrijheid’. Er wordt door mijn mederedacteuren onder andere gesproken over democratie, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, stuk voor stuk belangrijke onderwerpen. Mijn bijdrage voor deze editie is een artikel dat zich richt op de vrijheid van kinderen. Ik zal me hier voornamelijk toespitsen op kinderarbeid, een praktijk die, hoewel het in Nederland gelukkig zo’n honderd jaar geleden is afgeschaft, helaas nog steeds regelmatig voorkomt in onze huidige tijd.
In het onderstaande wordt eerst een stuk gewijd aan de geschiedenis van de kinderarbeid in Nederland en hoe deze uiteindelijk werd afgeschaft. Vervolgens volgt een stuk over internationale verdragen betreffende kinderen. In het derde deel van dit artikel probeer ik ten slotte een beeld te geven van de kinderarbeid zoals deze in onze huidige tijd helaas nog steeds voorduurt.

De definitie van kinderarbeid
Voordat we ons gaan verdiepen in de geschiedenis van kinderarbeid in Nederland moeten we eerst duidelijk stellen wat nu precies wordt verstaan onder kinderarbeid. Een eenduidig antwoord blijkt lastig te geven, maar in de gangbare definities zijn drie begrippen van belang [1]:
1) De minimumleeftijd voor toegang tot arbeid; de arbeid die verricht wordt door kinderen die jonger zijn dan de vastgestelde wettelijke minimumleeftijd voor dat bepaalde werk.
2) Gevaarlijk werk: de aard van het werk of de omstandigheden waarin het verricht wordt, zijn schadelijk of gevaarlijk voor de lichamelijke, geestelijke of zedelijke gezondheid van het kind.
3) De ergste vormen: slavernij, kinderhandel of andere vormen van gedwongen arbeid, rekrutering van minderjarigen in gewapende conflicten, prostitutie, pornografie en andere illegale activiteiten.

Kinderarbeid in Nederland
Nu we hebben vastgesteld aan welke eisen moet worden voldaan wil er sprake zijn van kinderarbeid, kunnen we de geschiedenis induiken. De rechten en vrijheden die een kind in Nederland heden ten dage heeft, zijn niet zonder slag of stoot verworven. De eerste (pogingen tot) wetten die speciaal gericht zijn op kinderen, vinden we in Nederland terug aan het einde van de 19e eeuw. Het was de tijd van de Industriële Revolutie, waarin arme arbeiders naar de steden trokken in de hoop op een beter bestaan. Het merendeel kwam echter bedrogen uit. Lange werkdagen, lage lonen, kleine woningen en huishoudens met veel kinderen zorgden ervoor dat veel gezinnen het zwaar hadden. Dat kinderen meewerkten om de kost te verdienen werd als normaal beschouwd en had niet alleen als voordeel dat de kinderen geld verdienden en niet over straat zwierven, maar ook dat hen plichtsbesef en orde werd bijgebracht. Dat was in ieder geval het idee. Het feit dat de kinderen lange werkdagen maakten, veel te zwaar werk deden (wat onder andere leidde tot lichamelijke misvormingen, stress en stoflongen) en dit werk uitvoerden in zeer onhygiënische omstandigheden tegen een miserabel loon, werd naar de achtergrond verdrongen. Pas omstreeks 1840 werden de eerste bedenkingen rondom kinderarbeid geuit. Lange tijd leefde bij de overheid de opvatting dat men niet in mocht grijpen in het gezinsleven, maar dat de ouders zelf mochten bepalen in hoeverre hun kinderen zouden werken of naar school zouden gaan. Gaandeweg kwam men echter tot het inzicht dat de overheid ook de verplichting tegenover haar bevolking had om bescherming te bieden, te beginnen bij kinderen. [2] Deze bescherming werd in 1874 concreet door het alom bekende Kinderwetje van Van Houten. [3] Kort gezegd hield deze in dat het verboden was kinderen beneden de twaalf jaar in dienst te nemen of in dienst te hebben. Uitgezonderd hiervan was veldwerk en huiselijke en persoonlijke diensten. Overtredingen werden bestraft met een geldboete (variërend van 3 tot 25 gulden) of een gevangenisstraf (1 tot 3 dagen). [4] Van Houten beoogde met zijn wetsvoorstel twee doelen. Allereerst zouden latere arbeidsgeneraties meer en beter presteren wanneer ze in hun vroege jeugd niet te snel waren begonnen met werken en dus de gelegenheid kregen om iets te leren. Daarnaast zou er een grotere vraag naar volwassen arbeidskrachten ontstaan wanneer de arbeid van kinderen beneden een bepaalde leeftijd verboden werd. [5] Zowel de kinderarbeid als werkeloosheid werden dus aangepakt.
Wegens gebrek aan controle op naleving van deze wet ging kinderarbeid echter op grote schaal door. Om dit probleem aan te pakken, werd in 1887 een parlementaire enquête gehouden waar de invoering van de Arbeidsinspectie uit voortkwam. [6] Daarnaast ontstonden er meer vakscholen, zoals technische scholen en land- en huishoudscholen.
De echte beeïndiging van de kinderarbeid vond echter pas decennia later plaats met de leerplichtwet, die in 1900 werd aangenomen en in 1901 van kracht werd. [7] Kinderen van zes tot twaalf jaar moesten voortaan verplicht onderwijs volgen. Ook hierop golden enkele uitzonderingen, zoals boerenzonen die moesten helpen bij oogsttijd of meisjes die thuis voor het gezin moesten zorgen, maar het merendeel van de kinderen was verlost van de wantoestanden in de fabrieken. Doorleren werd vanzelfsprekend.

Het kinderrecht in een stroomversnelling
Na het Kinderwetje van Van Houten kwamen de wetten betreffende kinderen in een stroomversnelling. Zoals hierboven vermeld, werd in 1901 de leerplichtwet van kracht en in 1905 traden de Kinderwetten, die in 1898 waren ingediend, in werking. De Kinderwetten bestonden uit de Burgerlijke Kinderwet (de Staat mag de opvoeding van de kinderen op zich nemen als de ouders hiertoe niet in staat blijken), de Strafrechtelijke Kinderwet (wet met aparte strafbepalingen voor kinderen) en de Kinderbeginselenwet (procedurele veranderingen in de rechtszaak). [8] De overheid kon nu definitief ingrijpen in het gezin en dit zorgde voor een enorme ontwikkeling in de jeugdhulpverlening en –gezondheidszorg. De Kinderwetten vormen dan ook de basis voor ons huidige stelsel omtrent jeugdbescherming en jeugdzorg.

Het huidige arbeidsrecht voor jeugdigen
Tegenwoordig zijn er strenge regels verbonden aan de hoeveelheid uren die een jeugdig persoon mag werken. Kinderen onder twaalf jaar mogen niet werken, al kan de Arbeidsinspectie wel toestemming verlenen voor bijvoorbeeld het beperkt deelnemen aan televisieprogramma’s, theatervoorstellingen, etcetera. Dertien- en veertienjarigen mogen buiten schooltijd maximaal twee uur per dag ‘niet-industriële hulparbeid van lichte aard’ verrichten. In vakantieperiodes bedraagt dit zeven uur per dag, maar maximaal 35 uur per week. Een vijftienjarige is tijdens schoolperiodes ook nog gebonden aan die twee uur per dag, maar in vakantieperiodes mag hij acht uur per dag aan de slag, met een maximum van veertig uur per week. Het gaat hier nog steeds om niet-industriële arbeid van lichte aard, maar hij ontvangt hiervoor wel een minimumloon (denk bijvoorbeeld aan kranten bezorgen). Voor zestien- en zeventienjarigen geldt ten slotte dat er maximaal negen uur mag worden gewerkt in vakantieperiodes, ook hier geldt een maximum van veertig uur per week. [9] Op het hier voorafgaande gelden weer meer specifieke regels over nachtdiensten, verplichte pauzes, werken op zondag, etc. Het wordt echter te uitgebreid om dat hier helemaal uiteen te zetten.
En om nog even duidelijk te maken hoe schrijnend de situatie was vóór afschaffing van de kinderarbeid: kinderen werkten zo’n dertien uur per dag, zes dagen per week.

Internationale verdragen omtrent kinderen
Nu we een algemeen beeld hebben gekregen van de geschiedenis van de positie van het kind in Nederland, steken we de landsgrenzen over en kijken we welke kinderverdragen en -wetten op internationale vlak terug te vinden zijn. Het verdrag dat hierbij direct opvalt, is het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). [10] Het verdrag werd op 20 november 1989 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen en werd van kracht in september 1990. Het verdrag schetst in 41 artikelen de mensenrechten die moeten worden gerespecteerd en beschermd voor elk kind jonger dan 18 jaar. In Nederland werd het IVRK op 6 februari 1995 geratificeerd. Op twee landen na, te weten Somalië en de Verenigde Staten, hebben alle landen ter wereld het verdrag geratificeerd. Naast het Verdrag heeft de Algemene Vergadering van de VN nog twee aparte protocollen opgesteld, te weten een protocol ter bescherming van kinderen in gewapende conflicten en een protocol over kinderen die verhandeld en geëxploiteerd worden. [11] In 2000 heeft Nederland beide protocollen ondertekend. Dit heeft voor Nederland als gevolg dat het onderworpen is aan verdergaande verplichtingen dan alleen die van het IVRK. [12]

Hoewel het IVRK gelijk in het oog springt als we aan verdragen over en voor kinderen denken, zijn er ook in andere verdragen artikelen opgenomen. Hierbij valt te denken aan het Eerste en Tweede Protocol van het Verdrag van Genève, [13] maar ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het ILO-verdrag (International Labour Organization), welke kinderen beschermen tegen kinderarbeid en gewapende conflicten. Verder kennen we ook het in 2003 opgerichte Europese Verdrag inzake de Omgang van en met Kinderen, dat door twaalf landen is ondertekend en door een vijftal landen is geratificeerd. Daarnaast zijn er nog allerlei aparte instanties en werkgroepen die zich inzetten voor de belangen van kinderen.

Cijfers omtrent kinderarbeid
Hoewel kinderarbeid op grote schaal verboden is, komt het in de praktijk tragisch genoeg nog veel te vaak voor, met name in ontwikkelingslanden. In mijn zoektocht naar cijfers om een beter beeld te krijgen van de hoeveelheid slachtoffers van kinderarbeid, stuitte ik op een verscheidenheid aan bronnen, waarvan de cijfers over het algemeen redelijk overeen kwamen. Toch zullen de percentages naar alle waarschijnlijkheid in de realiteit (een stuk) hoger liggen, bedrijven lopen er uiteraard niet mee te koop dat ze kinderen inzetten om arbeid te verrichten. Hieronder volgen enkele cijfers en percentages die zijn gebaseerd op de gegevens van ‘Stop Childlabour’ en ‘Childright’:
• 1 op de 6 à 7 kinderen op de wereld verricht kinderarbeid.
• Dat komt neer op 218 miljoen kindarbeiders. 73 miljoen van deze werkende kinderen zijn jonger dan 10 jaar.
• Meer meisjes zijn kindarbeider dan jongens.
• Kinderarbeid komt het meeste voor in Afrika en Azië. 127 miljoen van hen zijn jonger dan 14 jaar.
• Ook in de zogenaamd ontwikkelde landen van Europa en Noord-Amerika komt kinderarbeid voor: hier ligt het aantal op zo’n 2,5 miljoen.
• 9% werkt in de zware industrie (mijnen, fabriekswerk, openbare nutsbedrijven), 22% van de kindarbeiders werkt in de service-industrie (hotels, restaurants, transport, sociale diensten, etc) en 69% werkt in de agrarische sector (jagen, bosbouw, vissen en landbouw).
• 8,5 miljoen kinderen worden gedwongen te werken als slaven in de prostitutie, pornografie en andere illegale activiteiten.
• Van deze kinderen zijn 1,2 miljoen gesmokkeld of ontvoerd.
• Latijns-Amerika en de Cariben boeken de grootste vooruitgang in de strijd tegen kinderarbeid.
• Elk jaar sterven 22.000 kinderen aan de gevolgen van kinderarbeid.

De cijfers behoeven waarschijnlijk weinig uitleg. Door de jaren heen zien we sterke stijgingen en dalingen in het aantal kindarbeiders. Naast traditionele opvattingen en een gebrekkig onderwijssysteem, wordt met name de economie als de belangrijkste factor gezien voor kinderarbeid. In het geval van een economische crisis stijgt het aantal kindarbeiders door het feit dat het goedkope krachten zijn. Hierdoor vinden volwassenen geen werk en moeten de kinderen blijven werken om geld op de plank te krijgen. We zitten dus in een vicieuze cirkel waar we misschien nooit uit zullen komen. Gelukkig zijn er organisaties die zich inzetten om kinderen te helpen, maar of dat ooit genoeg zal zijn? Ik hoop dat ik dat moment nog mag meemaken.

[1] S. Meuwese, M. Blaak & M. Kaandorp, Handboek Internationaal Jeugdrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri
2005, p. 555
[2] Bakker, Noordman en Rietveld-Van Wingerden, ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland: idee en praktijk, 1500-2000’,
[3] Originele naam: ‘Voorstel van wet van den heer v. Houten, strekkende om overmatigen arbeid en verwaarloozing van kinderen tegen te gaan’.
[4] Art. 1 jo. 4 Kinderwet van Van Houten.
[5] http://nic.vanholstein.com/view/houten.htm
[6] http://www.europa-nu.nl/id/vh8lnhrpmxw9/parlementaire_enquete_naar_de_toestand
[7] De leerplichtwet vormt de basis voor de leerplicht die we nu kennen en heeft door de jaren heen verschillende veranderingen doorgemaakt. Inmiddels begint de leerplicht op de eerste dag van de maand na de vijfde verjaardag en duurt tot de achttiende verjaardag.
[8] J. Hermanns, ‘Handboek Jeugdzorg, deel 1: stromingen en specifieke doelgroepen’, Bohn Stafleu van Loghum, 2005, p. 29
[9] Bron: Jurofoon.
[10] Zie voor de artikelen van het verdrag http://www.vormen.org/Kompas/PDFfiles/SamenvattingIVRK.pdf
[11] UN Document A/RES/54/263.
[12] S. Meuwese, M. Blaak & M. Kaandorp, Handboek Internationaal Jeugdrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri
2005, p. 3.
[13] Trb. 1978, 41 en trb. 1978, 42

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: