Hotel met prikkeldraad

‘Je ID-kaart inleveren en je spullen in het kluisje,’ krijg ik als enigszins chagrijnig bevel. Gehoorzaam stop ik al mijn waardevolle bezittingen in de daarvoor bestemde hokjes. Mijn jas gaat door een speciaal scanapparaat en ik moet door een detectiepoortje, dat gelukkig geen problemen oplevert. Ik voel er niet zoveel voor om in mijn onderbroek gefouilleerd te worden. Om me heen doen pakweg vijftien anderen hetzelfde, wat erin resulteert dat een aantal op blote voeten door het poortje heen moet vanwege de gespen op hun laarzen. Vervolgens moeten we plaatsnemen in een wachtkamer, waarvan de deur achter ons in het slot valt. We kunnen geen kant op en ik kan niet zeggen dat ik dat echt een prettige gedachte vind. Na een tijdje worden we opgehaald door een medewerkster en ik ben blij dat ik weer uit dat hok mag. We worden naar een vergaderzaal gebracht, waar we koffie, thee of oplosbare chocoladepoeder kunnen pakken. En daar zitten we dan, in tbs-kliniek De Kijvelanden.

Ik heb mijn voorliefde voor het strafrecht nooit onder stoelen of banken gestoken, net zo min als mijn interesse voor forensische psychiatrie. Een bezoek aan de tbs-kliniek en een kijkje in de interne keuken kon ik dan ook niet laten schieten.
Eenmaal voorzien van koffie en thee vangen we aan met een presentatie van een psychologe, die vertelt over de geschiedenis van het centrum en de meer algemene informatie over Tbs. Tussendoor worden er wat vragen gesteld, waaronder de opmerking van één van mijn medestudenten dat de tbs-kliniek toch wel opvallend veel weg heeft van een hotel. Ik word altijd enigszins pissig van dergelijke opmerkingen. Ik heb er al vaker op gehamerd (hier en hier) dat mensen zich te weinig realiseren hoe erg het is dat je je vrijheid kwijtraakt, dat je totaal afhankelijk bent van de medewerkers van de betreffende instelling en dat het feit dat je de beschikking hebt over een televisie, computer, zwembad en pooltafel dit niet wegneemt, hoe luxe het ook moge klinken.

Na een presentatie door een psychologe en juriste, die beiden in De Kijvelanden werken, is het tijd voor een rondleiding, dat wordt gegeven door een mannelijke gids die in dagelijkse kleding rondloopt. Dat was overigens iets dat me gelijk opviel toen we het centrum binnenkwamen; iedereen loopt in ‘normale’ kleding en er is op het eerste gezicht niet echt te onderscheiden wie er patiënt of personeel is. Alleen de bewakers hebben van die gewichtige blauwe pakken aan. Voordat we aan de rondleiding beginnen, vraagt de gids of iemand het toevallig eng vindt om tussen de Tbs’ers rond te lopen. In eerste instantie verbaast die vraag me, ik heb er werkelijk totaal niet bij stilgestaan dat het eng zou zijn om tussen die mannen rond te lopen. Toegegeven, ik ben wel enigszins op mijn hoede, maar ik ga ervan uit dat de mensen die daar ‘vrij’ rondlopen die vrijheid ook aankunnen. Gelukkig gooit niemand roet in het eten en kan de rondleiding van start gaan. We lopen door verschillende afdelingen en gemeenschappelijke ruimtes. Het doet me een beetje denken aan een buurthuis, al hangen er hier overal goed verborgen camera’s. Ik vind het toch ergens ook wel een beetje gênant, het voelt toch een beetje als aapjes kijken. Al snel blijkt echter dat wij de apen zijn en de Tbs’ers de bezoekers, want ze komen in drommen aanlopen om ons te bekijken. Voor het eerst zie ik een aantal van mijn medestudenten toch enigszins benauwd kijken. Ik heb er echter totaal geen moeite mee en bekijk ze allemaal nieuwsgierig. We lopen langs verschillende Tbs’ers, van wie er eentje (een reus van een neger die ik toch niet graag in een donker steegje tegen zou willen komen) wel erg geïnteresseerd is in één van mijn medestudentes. Hij kan dan het dan ook niet laten om even ‘bel me!’ tegen haar te roepen als we doorlopen naar de volgende ruimte. Het heeft een algemeen gelach van ons tot gevolg. Een jongen van een jaar of vijfentwintig is bereid om te vertellen hoe zijn dag eruit ziet en wat ze voor activiteiten kunnen ondernemen in het centrum. Hij komt enigszins moeilijk uit zijn woorden, maar hij blijft rustig en kijkt ons gedurende zijn presentatie ook allemaal aan. Ik vind het een bijzonder moment. Ook wil hij graag zijn kamer laten zien en trots showt hij zijn spulletjes. Hij blijkt goed te kunnen schilderen en met een knipoog vertrouw ik hem toe dat hij dezelfde wierookstokjes gebruikt als ik. Hij glundert. Veel te snel is de rondleiding afgelopen en na wat laatste gebruikelijke bedankjes naar het personeel toe vertrekken we weer. Dankbaar ademen we de frisse lucht in. We zijn pakweg vier uur binnengeweest en nu zijn we al blij dat we weer in de buitenlucht staan, laat staan hoe dat voor patiënten moet voelen die hier dag en nacht zitten.

De volgende dag, tijdens het hoorcollege van forensische psychiatrie – dat toevallig ook gewijd is aan de TBS – merkt gastprofessor Lucieer over Tbs’ers het volgende bijzonder treffend op: ‘Het zijn geen vreselijke mensen, maar mensen die vreselijke dingen hebben gedaan.’ Een wezenlijk verschil.

Advertenties

12 thoughts on “Hotel met prikkeldraad

  1. No offence: maar degene die daar zitten hebben het er wél naar gemaakt dat ze gestraft worden. Ik heb geen spoortje medelijden.

    Het verschil dat de professor aangeeft klopt, ze hebben idd een softwarefoutje. Maar voelen de slachtoffers en hun familie dat ook zo?

    ik denk het niet…

    1. Voordat ik aan mijn rechtenstudie begon dacht ik daar ook zo over. Toch merk je door vakken als forensische psychiatrie dat er in het menselijk brein dingen gebeuren die je als mens zelf niet in de hand hebt en waardoor je dingen doet die je zonder ‘software’-foutje niet zouden doen. In die zin heb ik dus medelijden met de patiënten. Wat betreft vergelding voor familie en slachtoffers: die is er wel degelijk: waar gevangenen weten hoe lang hun gevangenisstraf gaat duren, weten tbs-patiënten dit niet, ze kunnen dus jarenlang vastzitten zonder uitzicht op wanneer ze weer terug kunnen keren in de maatschappij. Al is dit in sommige gevallen ook maar goed ook ;)

      1. Ik ken een aantal patiënten die een dierbare verloren hebben. Ik ken dus ook de keerzijde. En deel eerlijk gezegd hun mening. Ook al weet ik verstandelijk dat je psychiatrische patiënten hun daden niet kunt aanrekenen…. Emotie en ratio liggen wat dit onderwerp betreft mijlenver uit elkaar.

  2. Een vrijheidsberoving is inderdaad heel ingrijpend. Mijn mening daarover is ook veranderd doorheen de jaren. Ik ben trouwens ook enorm geïnteresseerd in strafrecht! Blij dat ik daarin een collega ontmoet ;)

  3. Ik snap je fascinatie helemaal, heb me vaak afgevraagd hoe het er in de instellingen aan toe gaat, zeker met een vriend die bij de politie werkt. Ik kan me voorstellen dat die jongen zijn verhaal wilde doen. Je kan je amper voorstellen hoe ingrijpend het moet zijn om de hele dag opgesloten te zitten met dezelfde mensen om je heen.

  4. ‘k Zou ook wel eens zo’n instelling willen bezoeken, maar aangezien ik geen rechten of psychologie studeer, denk ik niet dat ik daar de kans toe zal krijgen… (want ‘k veronderstel dat ze geen rondleidingen aanbieden voor curieuzeneuzen).
    ‘k Vind dat fascinerend, de gedachte dat de meesten onder ons tot zoiets in staat zouden zijn wanneer ze tot het uiterste gedreven worden…

    1. De Dienst Justitiele Inrichtingen organiseert open dagen, die voor iedereen toegankelijk zijn (mits je geen strafblad hebt, gok ik ;-)). De laatste blijk je in november gemist te hebben, maar dit jaar komt er ongetwijfeld weer een ‘open huis’!

      Kijk anders eens op http://www.dji.nl/organisatie/nationale-open-dag/. Ik ga het ook in de gaten houden, ben stiekem ook erg benieuwd hoe die tot een instelling veroordeelde mensen er daar het beste van proberen te maken.

  5. “Het zijn geen vreselijke mensen, maar mensen die vreselijke dingen hebben gedaan.’ Een wezenlijk verschil” wow. wat een eyeopener voor mij.

    ik kan me voorstellen dat het heel interessant was om daar te lopen. om gewoon te voelen hoe het is om in zo’n inrichting/kliniek te wonen.

    1. Ik vond die quote te mooi om hem niet in deze column te verwerken ;) Ik ben er namelijk ook echt van overtuigd dat er maar zeer weinig mensen echt ‘slecht’ zijn, meestal zijn er toch bepaalde factoren die ervoor zorgen dat mensen zijn zoals ze zijn. Niet dat dat hun daden altijd goedpraat, integendeel, maar het helpt wel om enigszins begrip op te brengen voor de ander en naar oplossingen te zoeken ;)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s