De Nieuwe Ik

Vorig jaar plaatste ik al een blog over het feit dat onzekerheid mijn grootste zwakheid is. Zo ervaar ik dat tenminste. Ik beschreef daarin dat ik voor mijn gevoel kansen liet liggen die ik met een iets optimistischere kijk naar mezelf waarschijnlijk wel aangegrepen zou hebben.

De afgelopen tentamenperiode was psychisch gezien erg zwaar en toen het laatste tentamen achter de rug was, was ik er dan ook helemaal klaar mee. Ik had het helemaal gehad met de veel te lange studiedagen tijdens de tentamenweken, de zenuwen vóór aanvang van het tentamen, de black-outs tijdens tentamens en de inzagen na de tentamens, in de hoop toch nog wat puntjes bij elkaar te sprokkelen voor een voldoende. Er moest iets veranderen. Het was tijd voor iets nieuws.

Ik was niet van plan om radicaal te veranderen, maar met kleine stapjes vielen er al genoeg positieve vibes te behalen. Waarschijnlijk hield ik het dan ook langer vol. Om te beginnen schreef ik me in voor een cursus effectief studeren om te achterhalen waar het nu toch elke keer fout ging. Aangezien ik er veel moeite mee heb om een zaal met vreemde mensen binnen te stappen, kun je je dus waarschijnlijk wel voorstellen dat het inschrijven voor zo’n cursus waar ik niemand kende heel wat voeten in de aarde heeft gehad. Het inschrijven zelf was dan wel zo gebeurd, maar ik moest natuurlijk ook daadwerkelijk gaan. En dat heb ik uiteindelijk gedaan, bij elke les ben ik braaf aanwezig geweest, dat was ik aan mezelf verplicht. En wat bleek? Het viel me tweehonderd procent mee, ik zeg niets te veel als ik vermeld dat ik misschien zelfs wel het meest actief was tijdens de bijeenkomsten, terwijl ik normaal liever mijn mond houd. Op de een of andere manier voelde het als zo’n verademing dat ik blijkbaar niet de enige was met studieproblemen, dat ik het geen probleem vond om over de mijne te vertellen.

De cursusbijeenkomsten waren op een gegeven moment afgelopen en toen werd het tijd voor een nieuwe uitdaging. Dat was niet zo moeilijk: sporten. Ook hier gold echter weer hetzelfde: ik vond het moeilijk om met mijn handdoek en flesje water de fitnessruimte binnen te lopen, waar tientallen fitnessfanatiekelingen me dan blikken toe zouden werpen van ‘wat doet zij hier?’. Ik besloot daarom twee ochtenden in de week te gaan, wanneer het nog erg rustig was en ik de twee zalen met hoogstens vijf andere sporters hoefde te delen. Sowieso ben ik er altijd redelijk vroeg uit, dus dat kwam perfect uit. Ik ben nu een paar weken bezig en heb nog nooit zo’n wat-doe-jij-hier?-blik gehad. Inmiddels sta ik op mijn gemakje op de loopband, zonder die onzekerheid. Heerlijk. Het doel? Vijftien kilometer kunnen hardlopen. Waarom? Omdat ik juist totaal geen sporttype ben en juist daarom wil bewijzen dat ik iets dergelijks tóch kan. Ik wil dadelijk in de zomeravonden als ik in het ouderlijk huis zit gewoon lekker over de dijk kunnen rennen om mijn hoofd leeg te maken en met een goed gevoel mijn bed in te kunnen stappen.

Naast het sporten waren er nog wel andere dingen waar aan gewerkt kon worden. Ik vermijd namelijk situaties die Potentieel Gevaarlijk kunnen zijn. Misschien verstandig, maar ook een beetje saai. Daarom besloot ik te gaan rellen tegen de ME. Jawel, op een oefenterrein de ME uitdagen en me eventueel ‘vrijwillig’ te laten bewerken door een wapenstok onder de aanwezigheid van paarden, rookbommen, een waterkanon en arrestatieteam, dat op niet geheel vriendelijke wijze willekeurige studenten in een busje gooide. Ook dat kon ik dus weer van mijn lijstje strepen.

En dan tellen we afgelopen maandagavond. Op de Tilburgse universiteitscampus meld ik me bij de ‘Black Box’, ofwel de theaterzaal. Het is tijd voor de laatste pleitavond van dit jaar en deze keer trek ik een toga aan. Waar ik eerst altijd veilig op de tribune zat, moet ook ik er nu toch aan geloven: mijn pleitontgroening. Het idee dat er tientallen ogen op me gericht zijn en ik een casus moet behandelen in een rechtsgebied waar ik helemaal niet in thuis ben, bezorgt me knikkende knieën. Het idee dat de jury lastige vragen kan stellen waar ik geen antwoord op weet, maakt dat ik het diner eigenlijk liever oversla. Toch is het mijn eer te na om af te haken. Daarnaast mag ik een team vormen met vriendin T., één van de beste pleiters die ik ken, een hele geruststelling. Als alle aanwezigen een plekje op de tribune hebben gevonden, begint voorzitter N. met een openingspraatje, waarna ik en mijn drie medepleiters onze spullen mogen pakken en in aparte kamers worden gezet om de ons net toegeschoven casus voor te bereiden. Al snel blijkt dat het om een casus gaat die T. en ik gezien de vermelde feiten bij voorbaat al verloren hebben. Goed balen dus, maar de tijd is te kort om daar bij stil te staan, we moeten er het beste van zien te maken. Als een razende gaat T. door de boeken, terwijl ik verwoed de stortvloed aan informatie probeer op te schrijven. Na een uur worden we weer opgehaald en gaan we terug naar de Black Box, waar de anderen rustig een kopje thee of koffie drinken. Het is tijd om de toga’s aan te trekken en als iedereen weer op zijn plaats zit, is het mijn beurt om naar de microfoon te lopen. Met enigszins knikkende knieën sta ik op. Nog twee meter, nog anderhalf, nog één.. Veel te snel heb ik de microfoon bereikt. Ik kijk naar de jury, kijk op mijn blaadje, haal diep adem en begin. ‘Geachte voorzitter, geachte leden van de jury. Vandaag sta ik voor u met twee vorderingen…’

Voor ik het weet sta ik na afloop bij de aansluitende borrel de avond te bespreken. Dat gevreesde pleidooi is achter de rug and I’m still standing strong. Op mijn gemakje nip ik van mijn hete chocolademelk met slagroom (een ware caloriebom, maar dat maakt me even niet uit), terwijl H. vertelt over haar zaken bij de rechtswinkel. Op een gegeven moment kijk ik even naar de mensen om me heen en moet onwillekeurig even glimlachen. Ik denk dat maar weinigen in de gaten hebben hoe een grote stap dit voor me was. Een combinatie van een minderwaardigheidscomplex en faalangst is tenslotte niet de beste bodem voor het houden van een pleidooi voor een groep mensen. Jaja, ik heb de beestjes ondertussen maar een naam gegeven. Het feit dat ik het heb gedaan en er zonder kleerscheuren vanaf ben gekomen, is een enorme oppepper voor de nog komende keren, want dat ik nog vaker zal moeten pleiten, is een vaststaand feit. En niet alleen voor het pleiten, maar ook in het algemeen ben ik weer een stukje verder. Ik ben er nog lang niet, maar ik werk er hard aan om over mijn faalangst en onzekerheid heen te komen. Ooit kom ik er wel. Mijn nieuwe ik.

Advertenties

17 thoughts on “De Nieuwe Ik

  1. Daar mag je inderdaad trots op zijn :D Er zitten heel herkenbare delen in je stuk, misschien moet ik ook maar eens in actie schieten op bepaalde punten…

    1. De bedoeling van het stuk was ook een beetje om nuttig te kunnen zijn voor anderen. Ik verbaas me er wel eens over waar anderen ineens onzeker over blijken te zijn, terwijl ze dat nooit hebben laten merken. Als ik het kan, kan iedereen het ;)

  2. Dat doe je goed zeg, je mag wel trots op jezelf zijn! Ik herken mezelf er wel in, ik probeer ook een paar dingen in mijn leven te verbeteren, dus dit is weer een extra motivatie :)

  3. je mag zeker trots op jezelf zijn. het gaat per kleine stapjes! Misschien is trouwens galadarling.com iets voor jou? Vooral haar nieuwste post. Ze spreekt daar op Ted. Inspirerend!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s