Vieze gluurders, appeltaart en trams

Onder me schiet de aarde razendsnel voorbij. Grijze Tilburgse gebouwen maken plaats voor bomen en diezelfde bomen weer voor weilanden. Om me heen lezen de mensen een boek of krantje, drinken koffie of luisteren kaboem-kaboem muziek. Ik maak de Zweedse puzzel in de Metro en daarna die waarbij je de woorden weg moet strepen, waardoor uiteindelijk de oplossingen ‘gieten’ en ‘weerbericht’ ontstaan. Naast me aan de andere kant van het gangpad staart een man ongegeneerd naar mijn decolleté en snel doe ik mijn sjaal weer om, hoewel ik het daar eigenlijk te warm voor vind. Natuurlijk had ik de man van een vinnige opmerking kunnen voorzien, maar ik heb gewoonweg geen zin in gedoe op deze zonnige ochtend.

We passeren een brede rivier waarvan ik de naam niet weet en ik moet gelijk aan pap denken, hij kan ongetwijfeld meteen zeggen over welk water de trein op dat moment raast. We maken een korte stop in Rotterdam, waar de vervelende gluurder uitstapt en plaatsmaakt voor een veel jonger en leuker mannelijk exemplaar met een groene wollen trui. Op een gegeven moment gaat zijn telefoon en ik moet onwillekeurig glimlachen om de liefdevolle manier waarop hij blij ‘zusje!’ roept. Blijkbaar gaan ze vanmiddag samen lunchen, ze hebben elkaar al veel te lang niet gezien.

Een station later stapt de jongen vóór me uit, die het eerste kwartier sinds we uit Tilburg vertrokken enkel praatte over suikerklontjes, samen met zijn vijfkoppige gezelschap. Hij is wat we in de volksmond noemen ‘niet helemaal goed’, maar hij weet me na zijn suikerklontjes-tirade wel te verbazen met zijn kennis over treinen. Helaas doet hij dat op zodanig volume dat ook de coupés achter en voor ons daarvan mee kunnen genieten. Ik vind het irritant en schattig tegelijk.

Achter me zitten drie Duitse meisjes, die blijkbaar de toerist gaan uithangen in Delft. Eén van hen heeft een boekje met bezienswaardigheden bij zich en giechelend leest ze daar passages uit voor, waaronder iets over Willem van Oranje. Zouden ze in de gaten hebben dat ik alles kan volgen en ze dus niet zo ‘anoniem’ zijn als ze zichzelf achten? Ik kan er niks aan doen, maar ik vind het Duits melodieus klinken en helemaal niet zo hard en koel zoals vaak wordt beweerd. Het is een kwestie van goed luisteren. Na station Delft en het vertrek van de Duitse meisjes blijft het rustig in de coupé tot ook ik op de plek van bestemming arriveer: Den Haag Hollands Spoor. Diep adem ik de frisse lucht in als ik uitstap, het voelt goed aan mijn door verkoudheid geteisterde hoofd, al is het hier wel beduidend kouder dan in Tilburg.

Is het gek dat ik me altijd zo thuis voel in Den Haag? Ik ben een rasechte Brabo, maar de sfeer die hier hangt, de oude gebouwen en smalle straatjes, de verscheidenheid aan culturen, de geschiedenis en het feit dat er zelfs voor de meest nutteloze voorwerpen wel winkeltjes te vinden zijn, maken dat ik Den Haag jaren geleden al in mijn hart heb gesloten. Ik word gelukkig van het ultieme stadsgevoel dat het reizen met de tram me geeft, van het bedenken wie er in die statige herenhuizen zouden wonen en van al die vreemde producten die ik in de ‘buitenlandse’ wijken voorbij zie komen.

Uiteindelijk weet ik de juiste tram te vinden en stap ik ruim tien minuten later uit bij de halte waar vriendin T. me oppikt. Ze heeft vlakbij een mooi appartementje weten te bemachtigen en die moet natuurlijk bewonderd worden! Na lekkere worstenbroodjes en home made venkelprei soep vertrekken we naar het centrum van Den Haag waar we rondslenteren, de befaamde Dudok-appeltaart met een werkelijk enorme berg slagroom eten, een supertof boekenkunstwerk bewonderen, de meest schattige winkeltjes induiken en ook de cultureel verantwoorde bezienswaardigheden een blik gunnen. Natuurlijk wordt ook het Provinciehuis van binnen bezocht, nu ik hier toch ben wil ik T.’s werkplek uiteraard wel even zien. Beiden hebben we een flinke verkoudheid te pakken, dus we snotteren gezellig heel wat af terwijl ik me onbeschaamd als echte toerist laat rondleiden.

Uiteindelijk is het tijd om weer terug naar Brabant te gaan. Vergeleken met de heenweg is de terugreis maar saai. Geen boeiende medepassagiers, geen opvallende gebeurtenissen. Het spannendste wat er gebeurd is dat ik door de verkoudheid genoodzaakt ben in een rijdende trein het toilet te bezoeken, maar zelfs dat levert helaas geen grappige of gênante anekdote op. Eenmaal terug in Tilburg koop ik een Turkse pizza bij de altijd vrolijke Döner-man als avondeten en fiets op mijn gemakje naar huis. Als ik bij de stoplichten sta te wachten op dat begeerde groene licht, komt er een oude man naast me staan, die een vrolijk deuntje fluit. Het laat me opschrikken uit mijn gedachten, dat deuntje ken ik! ‘’Oh oh Den Haag, mooie stad achter de duinennn…’’ 

Advertenties

11 reacties op ‘Vieze gluurders, appeltaart en trams

  1. Mooi geschreven!
    Oh en heerlijk hé, in de trein zitten en mensen afluisteren [a]. Zonder dat je het bewust doet, hoor je toch alles!
    Ik ben zelf alleen in Den Haag geweest voor het concert van Coldplay. Ik ben even de binnenstad in geweest. Vond het ook zeker een mooie stad!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s