DNA-databanken: waarheidsvinding of overheidscontrole?

De zaak Marianne Vaatstra, welke rechtenstudent heeft er niet van gehoord? Het meisje dat in de nacht van 1 mei 1999 verkracht en vermoord terug werd gevonden in een weiland bezorgt Justitie nog steeds hoofdbrekens. De dader is tot op heden spoorloos. Al eerder werd een DNA-onderzoek gedaan onder 900 mannen uit haar dorp, want vast stond dat de dader West-Europees was en dat Marianne hem hoogstwaarschijnlijk kende. Het onderzoek leverde niets op en in september jongstleden werd daarom grover geschut ingezet: 8.080 mannen werden verzocht om vrijwillig DNA af te staan. Het is hiermee het meest omvangrijke DNA-verwantschapsonderzoek ooit wereldwijd.[1]

(Update: inmiddels is er een bekentenis afgelegd en lijkt de zaak Vaatstra te zijn opgelost. Ten tijde van het schrijven van dit artikel was dat echter nog niet duidelijk, het doet in ieder geval niets af aan de rest van het artikel.)

Dit artikel was voor een mij een goede mogelijkheid om uit te zoeken hoe de regelgeving omtrent databanken eruit ziet. Hoe zijn de databanken ontstaan, in hoeverre is het afstaan van DNA verplicht, wat zijn de nieuwste ontwikkelingen rondom DNA? Allemaal vragen die hopelijk aan het eind van dit artikel beantwoord zijn. Toch is er één kwestie die ik voornamelijk interessant vind om te bekijken en dat is de vraag hoe de DNA-databanken in verhouding staan tot onze privacy. Mag de overheid een zodanig grote inbreuk maken op het leven van burgers? Kan de overheid garanderen dat ons DNA niet voor verkeerde doeleinden zal worden gebruikt? De hoofdvraag van het artikel is dan ook: Databanken in Nederland: waarheidsvinding of overheidscontrole?

Allereerst zal ik kort ingaan op de geschiedenis van DNA. Vervolgens komt de wetgeving rondom DNA aan bod en aan welke regels onze databanken zijn verbonden. Ook worden de nieuwste ontwikkelingen rondom DNA belicht en uiteraard zal ik aan het einde van het artikel een antwoord geven op de bovenstaande hoofdvraag.

Een korte geschiedenis
In 1983 ontwikkelde Kary Mulis de polymerase-kettingreactie (PCR). Deze methode maakte het mogelijk om van kleine labmonsters in korte tijd een grote hoeveelheid te maken, zonder dat daarbij afbreuk werd gedaan aan de kwaliteit. Vervolgens waren het in 1984 de aan de universiteit van Leicester (GB) verbonden dr. Alec Jeffreys en zijn team die ontwikkelden wat we DNA-fingerprinting noemen. Om analyses uit te kunnen voeren waren er nog wel grote hoeveelheden DNA nodig en daarom was de methode slechts in een beperkt aantal gevallen bruikbaar. Het samenvoegen van de twee wetenschappelijke vindingen zorgde er echter voor dat er in korte tijd genoeg DNA-materiaal gemaakt kon worden, waardoor er genoeg aanwezig was om het materiaal aan een nader onderzoek te kunnen onderwerpen.[2]

Wetboek van Strafvordering
In de wet vinden we artikelen over DNA-onderzoek terug in het Wetboek van Strafvordering. Hierin zijn de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (XII.7) en de titel DNA-onderzoek in strafzaken (XII.1) opgenomen. Van die laatste zijn art. 138a, art. 151a en art. 195a Wetboek van Strafvordering als de hoofdartikelen te beschouwen. Deze worden hieronder kort uiteengezet.

Art. 138a Sv – definitie DNA-onderzoek

Artikel 138a Sv geeft als definitie voor DNA-onderzoek ‘het onderzoek van celmateriaal dat slechts gericht is op het vergelijken van DNA-profielen, het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van de onbekende verdachte of het onbekende slechtoffer of het vaststellen van verwantschap’.

Art. 151a Sv – laten verrichten van DNA-onderzoek

Artikel 151a Sv gaat verder in op formele aspecten van het DNA-onderzoek. Lid 1 geeft aan dat de Officier van Justitie ambtshalve of op verzoek van de verdachte of zijn raadsman in het belang van het onderzoek een DNA-onderzoek kan laten verrichten. Dit onderzoek is gericht op het vergelijken van DNA-profielen. Hij kan hiervoor de verdachte of derde verzoeken om celmateriaal af te staan. Dit celmateriaal kan slechts met schriftelijke toestemming van de verdachte of derde worden afgenomen. Hiervoor moeten van de verdachte eerst vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt en moet zijn identiteit worden vastgesteld.

Volgens lid 2 van artikel 151a Sv benoemt de Officier van justitie een deskundige die is verbonden aan een van de bij algemene maatregel van bestuur[3] aan te wijzen laboratoria. Deze krijgt de opdracht om het DNA-onderzoek uit te voeren en brengt een ‘met redenen omkleed verslag’ uit aan de Officier van justitie.

Lid 3 vermeldt dat de eerder genoemde bevoegdheden ook toekomen aan de hulpofficier van Justitie als het gaat om een onbekende verdachte. Dit is wel beperkt tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen misdrijven.

Lid 5 gebiedt de Officier van justitie de onderzochte persoon zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte te stellen van de uitslag van het onderzoek. De verdachte heeft dan volgens lid 6 de mogelijkheid om binnen veertien dagen nadat hem de uitslag van het DNA-onderzoek schriftelijk is gegeven, de Officier van justitie te verzoeken een andere door hem aangewezen deskundige te benoemen met de opdracht een DNA-onderzoek te verrichten. Ook deze deskundige moet verbonden zijn aan een bij algemene maatregel van bestuur ingesteld laboratorium. Als er genoeg celmateriaal beschikbaar is, behoort de Officier van justitie willigt dit verzoek in te willigen.

Lid 8 vermeldt ten slotte nog dat DNA-profielen slechts worden verwerkt voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten en het vaststellen van de identiteit van een lijk.

Art. 195a Sv – vergelijken DNA-profielen

Art. 195a Sv vermeldt ongeveer hetzelfde als art. 151a Sv, maar is dan van toepassing op de rechter-commissaris. Deze mag ambtshalve, op vordering van de Officier van justitie of op verzoek van de verdachte of zijn raadsman, een DNA-onderzoek kan laten verrichten. Voorwaarde is wel dat dit gebeurt in belang van het onderzoek.

Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
Een belangrijk besluit dat nadere regelgeving biedt met betrekking tot die Nederlandse databank voor strafzaken is het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. Deze geeft informatie over onder andere de wijze van afnemen van celmateriaal en waarborgen voor een zorgvuldige behandeling en registratie van afgenomen en in beslag genomen celmateriaal (art. 1 – 6), over het verrichten van DNA-onderzoek (art. 7 – 12), het bewaren en vernietigen van celmateriaal en DNA-profielen en het verstrekken van informatie daarover (art. 13 – 18).

De Nederlandse databank voor strafzaken
De bovengenoemde wetgeving wordt toegepast in de Nederlandse databanken, waarvan we er verschillende kennen. Zo is er de Nederlandse databank Vermiste Personen, waarin logischerwijs DNA-profielen zijn opgenomen van vermiste personen en van bloedverwanten (familieleden) van vermiste personen en van ongeïdentificeerde (delen van) lijken.[4] Daarnaast is er de zogenaamde Eliminatie DNA-databank. Hierin zijn de DNA-profielen van (ex-)medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) – voorheen het Gerechtelijke Laboratorium genoemd – opgenomen die, direct of indirect, in contact (kunnen) komen met biologische sporen die onderzocht worden. Ook de DNA-profielen van personen van buiten het NFI die de laboratoria voor biologische sporenonderzoek en DNA-onderzoek bezoeken, worden hierin opgenomen. Hierbij valt te denken aan onder andere technische rechercheurs.[5]

Naast de bovengenoemde databanken is er ook de Nederlandse databank voor strafzaken. Het Nederlands Forensisch Instituut voert hierover het feitelijk beheer. Hierbij is de directeur de formele beheerder, terwijl de Minister van Justitie eindverantwoordelijk is.[6] In de databank bevinden zich DNA-profielen van verdachten en veroordeelden en van sporen die zijn aangetroffen op een plaats delict. Ook de DNA-profielen van overleden slachtoffers van niet opgeloste misdrijven zijn hier terug te vinden. Die laatste zijn de zogenaamde ‘cold cases’, waarvan het sporenmateriaal, celmateriaal en DNA in het ‘koude archief’ zijn veilig gesteld.

Inmiddels heeft het NFI ruim 80.000 profielen van personen en 40.000 van sporen in haar databank. Van al het nieuwe DNA dat wordt ingevoerd, leidt minstens de helft tot een match in het systeem. Het NFI vindt daardoor wekelijks zo’n zestig overeenkomsten van DNA-profielen met sporen bij een misdrijf. In de DNA-databank is ruimte voor nog veel meer gegevens, zo stelt Ate Kloosterman, DNA-deskundige bij het NFI: ‘Ik ben ervan overtuigd dat je dan nog veel meer matches krijgt, bijvoorbeeld bij onopgeloste zaken. Dat kan er toe leiden dat deze nu wél worden opgelost’.[7]

Opname in de databank is wettelijk beperkt tot DNA-profielen die zijn verkregen in een zaak waarbij voor het misdrijf voorlopige hechtenis is toegestaan.[8] Over het algemeen komt dit neer op misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een maximale straf van vier jaar of meer is gesteld. Belangrijk om op te merken is verder dat het DNA-profiel van een verdachte alleen in de DNA-databank blijft als de desbetreffende persoon wordt veroordeeld. Het Openbaar Ministerie geeft bij het vervallen van de verdenking of een vrijspraak aan het NFI de opdracht om het DNA-profiel uit de databank te verwijderen.

Nieuwste ontwikkelingen: DNA-verwantschapsonderzoek en phenotyping
Zoals in de inleiding al werd vermeld, wordt er in de zaak Marianne Vaatstra gebruik gemaakt van een DNA-verwantschapsonderzoek. Op 1 april 2012 trad de Wet DNA-verwantschapsonderzoek in werking.[9] Door het OM wordt dit als het ultieme middel gezien om de dader te achterhalen. Met dit DNA-onderzoek kan namelijk worden nagegaan of één van de 8.080 mannen een bloedverwant van de dader is. Deze toepassing van het DNA-onderzoek wordt in Nederland al gebruikt bij bijvoorbeeld vaststelling van ouderschap, gezinshereniging in asielprocedures en de identificatie van oorlogsslachtoffers, slachtoffers van rampen en vermiste personen.[10] Nu kan deze dus ook bij dergelijke strafzaken worden toegepast.

Een andere relatief nieuwe ontwikkeling is het zogenaamde forensic phenotyping. Deze methode wordt toegepast ingeval er DNA van de mogelijke verdachte is gevonden, maar dit DNA niet overeenkomt met de profielen in de databank en ook andere sporen dood lopen. Door forensic phenotyping kan op basis van het gevonden DNA een profiel van de verdachte worden geschetst met hierin informatie over extern waarneembare eigenschappen als de huids- en haarkleur, maar ook over kenmerken als linkshandigheid of de neiging om te roken.[11] Het probleem bij deze techniek is dat ook zaken als erfelijke aandoeningen of aanleg voor eigenschappen als agressiviteit tot op zekere hoogte kunnen worden vastgesteld en dan bereiken we al snel de slippery slope-discussie, ofwel: hoever mag de wetenschap gaan zonder de privacy van de burger aan te tasten? Forensic phenotyping is dan ook lang niet in elk land toegestaan, maar het is een ontwikkeling waar we in de toekomst zeker nog meer over zullen horen.

DNA-databanken: waardevol voor strafrechtelijk onderzoek of eng science fiction-tafereel?
Het laatste decennium zijn er talloze discussies gevoerd over het wel of niet invoeren van een nationale databank, waarin ook daders van ‘lichte’ misdrijven als verkeersovertreders, henneptelers en potloodventers worden opgenomen. Uit enquêtes blijkt dat Nederlanders spontaan aangeven geen bezwaar te hebben tegen een dergelijke regeling.[12] Blijkbaar creëert zo’n databank een gevoel van vertrouwen en overheerst de opvatting ‘waarom niet, je hebt toch niets te verbergen?’. Toch ben ik daar wat terughoudend in, want er zitten nogal wat haken en ogen aan. Ik vraag me af of er wel genoeg geld en manskracht om een dergelijke hoeveelheid DNA te verwerken. Daarnaast vrees ik dat de stap steeds kleiner wordt om vanuit preventief oogpunt maar gewoon ieders DNA in de databanken op te nemen. Kan de overheid garanderen dat ons DNA dan niet voor verkeerde doeleinden wordt gebruikt? Waar mensen werkzaam zijn, worden immers fouten gemaakt. Ik vind het oprecht fantastisch dat dergelijke technologieën ontwikkeld worden, maar hoewel ik DNA-onderzoek bewonderenswaardig vind en ik er ook absoluut de voordelen van inzie, is enige terughoudendheid mijns inziens wel gewenst. Laten we niet te hard van stapel lopen.

Dan is er natuurlijk de hoofdvraag van dit artikel: Databanken in Nederland: waarheidsvinding of overheidscontrole? Gezien het bovenstaande lijkt het erop dat er nu gelukkig sprake is van waarheidsvinding. Alleen in een beperkt aantal gevallen wordt DNA afgenomen en dat traject is onderworpen aan strenge regels en maatregelen. Zolang dit zo blijft, juich ik het gebruik van DNA-databanken in strafzaken van harte toe.

Referentie
Dit artikel is al eerder in enigszins aangepaste vorm in de SecJure, het Onafhankelijke Faculteitsblad van de Universiteit van Tilburg, verschenen van 4 december 2012. De online versie is hier te bekijken.


Verwijzingen
[1] http://nos.nl/artikel/415400-groot-dnaonderzoek-zaakvaatstra.html
[2] A. Fullick, Grensverleggend onderzoek: forensisch onderzoek, Leidschendam: Biblion Uitgeverij 2005, p. 48.
[3] Een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is een besluit van de regering waarin de inhoud van een wet nader is uitgewerkt.
[4] A.P.A. Broeders & E.R. Muller, Forensische wetenschap; studies over forensische kennis en organisatie, Deventer: Kluwer 2008, p. 212.
[5] Broeders & Muller, p. 213.
[6] Art. 4 lid 2 en 3 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
[7] http://www.eenvandaag.nl/criminaliteit/34964/dna_databank_groot_succes
[8] Broeders & Muller, p. 211.
[9] OM, ‘DNA-verwantschapsonderzoek in onderzoek moord Marianne Vaatstra’, 3 april 2012, (http://www.om.nl/actueel-0/strafzaken/vaatstra/@158648/dna-onderzoek-moord/)
[10] Eerste Kamer der Staten-Generaal, ‘DNA-verwantschapsonderzoek in het strafrecht’, 11 september 2012, (http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/32168_dna_verwantschapsonderzoek)
[11] B.J. Koops & M. Schellekens, ‘Forensic DNA phenotyping’, The Columbia Science and Technology Law Review, Vol. XI, 2008, p. 158
[12] NRC, ‘Iedereen in de databank?’, 19 maart 2001 (http://retro.nrc.nl/W2/Tegenspraak/DNAdebat/beeldverslag2.html)

Advertenties

2 Comments on “DNA-databanken: waarheidsvinding of overheidscontrole?

  1. Pingback: Terugblik | SYLVIA KUIJSTEN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: