Auteursrecht; blijf van mijn werk af!

Het einde van een tijdperk; zo voelde het toen ik op mijn dertiende mijn papieren dagboeken inwisselde voor de digitale wereld. Sindsdien ben ik een fanatiek blogger, waarbij de online dagboekstukjes door de jaren steeds meer werden vervangen door artikelen over rechten, columns over het studentenleven en stukjes over de schrijverswereld.

Dat bloggen heeft me veel gebracht; leuke interactie met lezers, een gepubliceerde columnbundel en een creatief tijdverdrijf naast de rechtenstudie. Toch zitten er ook nadelen aan: het is erg gemakkelijk om stukjes van andere bloggers over te nemen of aan de haal te gaan met andermans ideeën. Dit gebeurt vaker dan je denkt, zo blijkt uit boze en wanhopige berichtjes op verschillende bloggersforums. Ook van mij zijn wel eens ongevraagd teksten gebruikt.

Het was dan ook de hoogste tijd om eens uit te zoeken wat er in zo’n geval nu voor een auteur mogelijk is. Daarover gaat dit artikel. Eerst wordt ingegaan op de term ‘plagiaat’, vervolgens komt de Auteurswet aan bod en daarna volgen enkele praktijkvoorbeelden.

Letterdieverij, ofwel plagiaat

Als de term ‘auteursrecht’ valt, denk je waarschijnlijk al snel aan plagiaat. Het woord alleen al doet menig student sidderen, want een verkeerde of vergeten verwijzing in een essay of scriptie zou je wel eens de kop kunnen kosten. De rechtenstudent doet er dan ook goed aan om de Leidraad voor juridische auteurs in de boekenkast te hebben staan en deze zo nu en dan open te slaan. Ook de SecJure-redactie werkt overigens met een Draaiboek der Verwijzingen, opgesteld door redactiegenoot Christian.

Tegenwoordig wordt plagiaat in de wetenschap, maar net zo goed in de blogwereld, als een doodzonde beschouwd. Dit is echter niet altijd zo geweest. In de klassieke Oudheid stond je in hoog aanzien als je het werk van een grootmeester kopieerde. Voorwaarde was echter wel dat je dat werk van een eigen twist voorzag en op die manier iets aan het werk toevoegde, want het letterlijk kopiëren van andermans werk en uitgeven als dat van jezelf, werd ook toen niet gewaardeerd.[1]

Toch zijn plagiaat en auteursrecht niet hetzelfde. Als iemand een gedicht uit de achttiende eeuw overneemt en pretendeert dat dit van hem is, is dat geen inbreuk op het auteursrecht van de echte dichter, aangezien deze allang dood is en zijn werk inmiddels tot het publieke domein is gaan behoren. Het is echter wel plagiaat.

Andersom geldt dit ook. Als je bijvoorbeeld een hoofdstuk uit een boek van een levende schrijver overneemt en hierbij wel een bronvermelding opneemt, is dit geen plagiaat, maar schending van het auteursrecht. De bronvermelding is namelijk niet genoeg, dit is alleen voldoende bij citaten.

De Auteurswet

Auteursrecht wordt in artikel 1 van de Auteurswet als volgt omschreven:

‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij wet gesteld.’

Uit dit artikel volgen dus twee exclusieve rechten van de auteur: het recht om het werk openbaar te maken en het recht om het werk te verveelvoudigen.

Verder moet hier nog aandacht besteed worden aan het begrip ‘maker’. Hieronder wordt verstaan ‘de schepper’. Dus in het geval dat het gaat om een boek maakt de drukkerij het boek wel in de zin dat zij het drukt, maar de schepper is hier de auteur en hij wordt in de Auteurswet aangeduid als de maker.

Wanneer is je werk auteursrechtelijk beschermd?

Hiervoor moet voldaan zijn aan twee algemene voorwaarden.[2] Allereerst moet het werk een origineel karakter hebben. Hiervan is sprake als het bijna niet mogelijk is dat verschillende mensen geheel onafhankelijk van elkaar bijvoorbeeld hetzelfde verhaal of muziekstuk verzinnen.

Daarnaast moet het werk zintuiglijk waarneembaar zijn. Een melodie of verhaallijn in iemands hoofd kan niet beschermd worden, maar wel als dit gekrabbeld staat op een kladblaadje of koffieviltje.

Persoonlijkheidsrechten

In artikel 25 Auteurswet staan verschillende persoonlijkheidsrechten opgesomd. Deze beschermen de nauwe band tussen de maker en zijn werk. Zelfs na het overdragen van het auteursrecht behoudt de maker de rechten die in dit artikel zijn genoemd. Sub a spreekt over het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van werk zonder naamsvermelding van de maker en sub b heeft betrekking op publicatie onder een andere naam of gewijzigde naam van de maker. Sub c ziet op de onrechtmatige wijziging in het werk zelf en sub d bevat het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk.

Zoals in de inleiding al werd aangegeven, volgen hierna enkele spraakmakende zaken met betrekking tot het auteursrecht. Scientology v. Karin Spaink was een belangrijke zaak omtrent journalistiek en persvrijheid. In Scarlet v. Sabam werd besloten dat de uitoefening van het in het Europese Handvest verankerde auteursrecht moet worden getoetst aan andere fundamentele rechten in het Handvast, zoals vrijheid van meningsuiting, privacy en vrijheid van ondernemen. Ashby Donald e.a. v. Frankrijk heeft ten slotte betrekking op auteursrecht tegenover de vrijheid van meningsuiting op internet.

Zaak Scientology v. Karin Spaink[3]

In 1995 verschenen enkele teksten van de ‘Church of Scientology’ (verder: CoS) op verschillende websites. CoS zag dit als een inbreuk op haar auteursrechten en spande een kort geding aan tegen een aantal internetproviders. Ook tegen publiciste Karin Spaink, die via internet de betreffende teksten van internet had overgenomen en deze op haar eigen site had gepubliceerd. De teksten maakten volgens haar namelijk duidelijk hoe verwerpelijk de CoS was.

Op 12 maart 1996 wees de Haagse rechtbank de vorderingen af. Spaink had intussen haar website aangepast, waardoor enkel nog citaten van de gepubliceerde teksten op haar site te vinden waren. Dit is toegestaan volgens artikel 15a Auteurswet. De betrokken internetproviders waren volgens de rechtbank niet aansprakelijk voor inbreuken op het auteursrecht door derden. Aangezien kranten en omroepen in dergelijke gevallen wel aansprakelijk zijn, leverde dat opschudding op onder rechtskundigen.

Het Gerechtshof in Den Haag hield er een iets andere mening op na. Hij oordeelde op 4 september 2003 dat het in het geval van Spaink voor een deel om ‘niet rechtmatig openbaar gemaakte werken’ ging. Het recht op informatievrijheid zou echter zoals is opgenomen in artikel 10 EVRM in deze zaak zwaarder moeten wegen dan het auteursrecht van CoS. Ook de providers trof geen blaam, aangezien ze ‘slechts technische faciliteiten verschaffen om openbaarmaking van gegevens van anderen mogelijk te maken’. Alle vorderingen tegen Spaink en de providers werden derhalve afgewezen.

Op 18 maart 2005 stelde CoS cassatie in, ze verklaarde echter op 24 juni 2005 deze te willen intrekken omdat de betekenis van de zaak ‘voor de situatie in andere landen onvoldoende wezenlijke betekenis’ had. De providers en Spaink waren het hier niet mee eens, het verzoek tot intrekking was volgens hen te laat gedaan en daarmee in strijd met de goede procesorde. Op 16 december 2005 volstond de Hoge Raad met verwerping van het cassatieberoep zonder inhoudelijke overwegingen. Ze sloeg daarmee het advies van advocaat-generaal Verkade in de wind, die ervoor pleitte om toch zodanig inhoudelijke overwegingen in het arrest op te nemen dat de rechtseenheid en rechtsontwikkeling hiermee gebaat zouden zijn.

Zaak Scarlet v. Sabam[4]

In deze zaak had Sabam (Belgische vereniging van auteurs, componisten en uitgevers) verschillende vorderingen ingesteld tegen Scarlet Extended, een Belgische ISP. Om te beginnen had zij aan de rechter verzocht om vast te stellen dat de auteursrechtinbreuken die door het peer-to-peer systeem dat via Scarlet toegankelijk was, gepleegd waren met behulp van Scarlets (toegangs)diensten. Daarnaast vorderde zij dat Scarlet deze auteursrechtinbreuken beëindigde. De betreffende rechter stelde vervolgens twee prejudiciële vragen, die betrekking hadden op artikel 8 lid 3 van de Auteursrichtlijn[5] en artikel 9 en 11 van de IE-handhavingsrichtlijn[6]. Beide richtlijnen houden kortweg in dat de lidstaten de verplichting kan worden opgelegd om auteursrechtinbreuken door middel van een rechterlijk bevel of verbod te beëindigen, hieronder valt ook een verbod in de toekomst.[7]

Het oordeel van het Europese Hof was duidelijk: het auteursrecht is niet alleen verticaal, maar ook horizontaal geharmoniseerd. Hoe kwam zij tot deze conclusie?

Lidstaten moeten steeds in vergaande mate hun auteurswetten aanpassen aan de Europese harmonisatie. De verticale relatie was daarmee in casu duidelijk. Hier was echter ook een horizontaal effect. Het auteursrecht moet namelijk op gelijk niveau concurreren met andere fundamentele rechten binnen een autonome communautaire rechtsorde. Auteursrechtelijke dwangmaatregelen moeten dan worden getoetst aan het verbod op preventief toezicht op informatie. De uitoefening van een auteursrecht moet daarnaast voldoen aan de eis dat er een evenwicht moet bestaan met andere fundamentele rechten: die van de onderneming die de kosten en de organisatie van de controlelast op zijn dak geschoven krijgt en de gebruiker die vrij informatie moet kunnen ontvangen en verstrekken.

Het (onbedoelde) effect hiervan was dat van het auteursrecht een ‘informatierecht’ werd gemaakt. Volgens het informatierecht is het goed ‘informatie’ altijd, maar met name in een elektronische omgeving, onderhevig aan een drievoudige claim: de eigendomsvraag, de ‘free flow of information vraag’ en de privacyvraag. De onderlinge rangorde van die claims zal altijd in de concrete omstandigheden van het geval moeten worden vastgesteld. Dit arrest is een goed voorbeeld van die samenloop.[8]

Zaak Ashby Donald e.a. v. Frankrijk[9]

Dat auteursrecht niet alleen betrekking heeft op geschreven materiaal, blijkt uit het volgende. In de zaak Ashby Donald e.a. v. Frankrijk waren er op het internet zonder toestemming van de modehuizen foto’s geplaatst van een modeshow in Parijs. De betreffende fotografen boden op hun eigen sites die foto’s aan tegen betaling. De modehuizen startten een procedure met als grondslag dat er inbreuk was gemaakt op hun auteursrechten betreffende het ontwerp van hun nieuwe mode. De fotografen beriepen zich hierbij op hun vrijheid om informatie te mogen verspreiden, maar de Franse rechter verwierp dit verweer vanwege het louter commerciële karakter van het verspreiden van de foto’s. De fotografen werden veroordeeld. Deze tekenden vervolgens beroep aan bij het EHRM vanwege schending van de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM).

Het eigendomsrecht wordt ook onder het EVRM beschermd en is daarmee gelijkwaardig aan het recht op vrijheid van meningsuiting. Volgens lid 2 van artikel 10 EVRM kan van de beperking van de vrijheid van meningsuiting alleen sprake zijn in het geval de betreffende beperking een wettelijke grondslag heeft, een legitiem doel dient en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Als we het eigendomsrecht daaraan toetsen, zien we dat de wettelijke grondslag is gegeven door de Auteurswet. Het legitieme doel is hier de bescherming van het eigendom die ook noodzakelijk is in de democratische samenleving.

Volgens het EHRM bestaat er een ruime beoordelingsvrijheid voor de rechter indien er sprake is van een commerciële uiting. In casu staat het vast dat de fotografen uit commercieel oogpunt de foto’s op het internet toonden tegen betaling. Voor het EHRM bestaat er daarom geen toetsingsruimte om het oordeel van de Franse rechter eventueel als onjuist aan te merken. Daarmee bevestigt het EHRM dat de handhaving van het auteursrecht zou kunnen leiden tot beperking van de vrijheid van meningsuiting.[10]

Oppassen dus!

Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het auteursrecht een sterk recht is dat zelfs kan concurreren met fundamentele rechten als de vrijheid van meningsuiting. De volgende keer weet ik dus met welke artikelen ik moet dreigen als er weer eens ongevraagd geschreven materiaal van mij of een medebloggers wordt gebruikt, dan kan ik ook weer rustig slapen.

(Dit artikel is verschenen in de SecJure, het onafhankelijke rechtenfaculteitsblad van Tilburg University, jaargang 27 nr. 4, p. 13-15)

[1] J. Cobert, ‘Auteursrecht’, Kluwer: 1997, p. 2
[2] http://www.auteursrecht.nl/ (kopje ‘Waarop kunt u auteursrecht hebben?’)
[3] LJN: AI5638, Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 99/1040
[4] HvJEG 24 november 2011, C-70-10
[5] Auteursrechtrichtlijn (2001/29)
[6] IE-handhavingsrichtlijn (2004/48)
[7] Artikel 11 IE-handhavingsrichtlijn (2004/48)
[8] http://www.ivir.nl/publicaties/dommering/AMI_2012_2.pdf
[9] Affaire Ashby Donald et autres c. France, 10 januari 2013, 36769/08
[10] http://dirkzwagerieit.nl/2013/02/25/auteursrecht-tegenover-vrijheid-van-meningsuiting-op-internet/

Advertenties

6 Comments on “Auteursrecht; blijf van mijn werk af!

  1. Pingback: Terugblik mei | SYLVIA KUIJSTEN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: